Vertaal

Vertalingen heet NL>DE

heet

bijv.naamw.
Uitspraak:  [het]

1) met een hoge temperatuur - heiß
Pas op, goed blazen, want de soep is gloeiend heet. - Pass auf, gut pusten, denn die Suppe ist glühend heiß.

2) (van eten) sterk gekruid en prikkelend in je mond - scharf
Deze pepertjes zijn erg heet. - Diese Chilischoten sind ziemlich scharf.

3) seksueel opgewonden - heiß , geil
heet worden van lekkere billen - von hübsch anzusehenden Hintern heiß werden

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
heet eifrig (bijv.naamw.) ; enthusiastisch (bijv.naamw.) ; gepfeffert (bijv.naamw.) ; scharf (bijv.naamw.) ; pikant (bijv.naamw.) ; heiß ; gereizt (bijv.naamw.) ; begeistert (bijv.naamw.) ; prikelnder Geschmack (bijv.naamw.) ; erregend (bijv.naamw.) ; herzhaft (bijv.naamw.) ; feurig (bijv.naamw.) ; erregt (bijv.naamw.) ; geil (bijv.naamw.) ; aufgeregt (bijv.naamw.) ; hingebungsvoll (bijv.naamw.) ; aufgregend (bijv.naamw.) ; hitzig (bijv.naamw.)

Bron: mwb
Synoniemen
NL: brandend
NL: geil
NL: gekruid
NL: gepeperd
NL: gloeiend
NL: hartig
NL: hevig
NL: hitsig
NL: koortsig
NL: opgewonden

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: voor heter vuren gestaan hebben DE: härtere Nüsse zu knacken gehabt haben



Er zijn 62 zinnen met `heet` gevonden
  1. NL: Ik heet
    DE: Ich heisse
  2. NL: De stad leeft en heet u welkom
    DE: Die Stadt lebt und heißt Sie willkommen
  3. NL: Ik heet u allemaal hartelijk welkom
    DE: Ich heiße Sie alle herzlich willkommen
  4. NL: Hallo, ik heet Bernardo
    DE: Hallo, ich heiße Bernardo
  5. NL: Hij heet Sven
    DE: Er heißt Sven
  6. NL: Ze heet Andrea
    DE: Es heißt Andrea
  7. NL: Ik heet Dieter
    DE: Ich heiße Dieter
  8. NL: Hoe heet deze vis in het Duits?
    DE: Wie heißt dieser Fisch auf Deutsch?
  9. NL: Vooraanstaande internationale beurzen bezoekt u in Hannover – en het Kerstkind heet u welkom in Neurenberg
    DE: Internationale Leitmessen besuchen Sie in Hannover – und das Christkind in Nürnberg
  10. NL: Deze werkgroep besloot in 1976 tot de institutionalisering van - zoals ze tot enkele jaren geleden nog heette - de 'regio Rijn-Waal' over te gaan
    DE: Diese Arbeitsgruppe beschloss 1976 die Institutionalisierung der, wie sie bis vor einigen Jahren noch hieß, ``Region Rhein-Waal``
  11. NL: Hoe heet de presentator van die show?
    DE: Wie heißt der Moderator dieser Show?
  12. NL: Je spelt je naam achteruit,\r maar je heet gewoon James.
    DE: Nur weil du ihn rückwärts sprichst,\r ändert das nichts. Du heißt James.
  13. NL: Ik weet niet of ze bruikbaar is.\r Ik weet nog niet eens hoe ze heet.
    DE: lch weiß noch nicht, ob sie uns nützt.\r lch kenne nicht mal ihren Namen.
  14. NL: Hoe heet jij?\r - Craig.
    DE: - Wie ist lhr Name?\r - Greg.
  15. NL: Ik heet Teresa.
    DE: Mein Name ist Teresa.
  16. NL: Hoe heet hij?
    DE: Wie ist sein Name?
  17. NL: Hoe heet die man in je toneelstuk?\r -lk noem 'm SB.
    DE: Madison, wie heißt diese Figur\r in deinem Stück?
  18. NL: heet (temperatuur)
    DE: heiß
  19. NL: Het is heet vandaag.
    DE: Heute ist es heiß.
  20. NL: Gisteren was het heet.
    DE: Gestern war es warm.
  21. NL: Hoe heet deze straat?
    DE: Wie heißt diese Straße?
  22. NL: Dit liedje heet `Only You`.
    DE: Dieses Lied heißt „Nur du“.
  23. NL: Ik heet Jack.
    DE: Ich heiße Jack.
  24. NL: We hebben het heet.
    DE: Uns ist heiß.
  25. NL: Het maakt me niet uit als het heet is.
    DE: Es macht mir nichts aus, wenn es heiß ist.

Bekijk alle 62 voorbeeldzinnen met `heet`