Vertaal

Vertalingen gestolen NL>DE
gestolen (bijv.naamw.) gestohlen (bijv.naamw.) ; entfremdet (bijv.naamw.)

Bron: interglot
Synoniemen
NL: ontvreemd





Er zijn 16 zinnen met `gestolen` gevonden
  1. NL: Gestolen? Weet u wat,\r dat zijn m'n ooms daar.
    DE: Gestohlen? Madam, wissen Sie was?\r Das da sind meine Onkels.
  2. NL: Dingen gestolen.\r - Dingen gestolen ?
    DE: Weil ich gestohlen hab.
  3. NL: Het gaat om het gestolen geld plus rente.
    DE: Basierend auf dem, was wir\r gestohlen haben, plus Zinsen,
  4. NL: Heb ik een replica gestolen?
    DE: Ich habe ein Replikat gestohlen?
  5. NL: Toen het land van de armen\r werd gestolen...
    DE: Als den Armen das Land\r gestohlen wurde,
  6. NL: Iemand heeft mijn paspoort gestolen.
    DE: Man hat mir meinen Pass gestohlen.
  7. NL: Mijn horloge was gestolen.
    DE: Meine Uhr wurde mir gestohlen.
  8. NL: De jongen ontkende de fiets gestolen te hebben.
    DE: Der Junge verneinte, dass er das Fahrrad gestohlen hat.
  9. NL: Hij heeft m'n lot gestolen.
    DE: Hören Sie, er hat ihn gestohlen.\r Meinen Schein.
  10. NL: Ik heb een afspraak.\r Iemand heeft schilderijen gestolen.
    DE: Ich habe einen Termin.
  11. NL: Gestolen?\r -Nee, het was hun eigendom niet.
    DE: Sie haben sie gestohlen?
  12. NL: Andorra heeft zijn reputatie als winkelparadijs niet gestolen
    DE: Andorra hat seinen Ruf als Einkaufsparadies nicht von ungefähr
  13. NL: De scholiere had in een boutique dure merkkleding gestolen
    DE: Die Schülerin hat in einer Boutique teure Markenkleidung gestohlen
  14. NL: Mijn auto is gisteravond gestolen.
    DE: Mir wurde gestern Abend mein Auto gestohlen.
  15. NL: Dat is de vrouw wier auto's gestolen zijn.
    DE: Das ist die Frau, deren Autos gestohlen wurden.
  16. NL: Hij heeft geld van mij gestolen.
    DE: Er hat mir Geld gestohlen.