Vertaal

Vertalingen failliet NL>DE

failliet

bijv.naamw.
Uitspraak:  [fɑˈjit]

zo arm dat je je schulden niet meer kunt betalen en er beslag op al je bezit is gelegd - bankrott , konkurs , zahlungsunfähig
failliet gaan - bankrottgehen
uitdrukking de failliete boedel

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
failliet (bijv.naamw.) bankrott (bijv.naamw.) ; ruiniert (bijv.naamw.)
failliet pleite ; zahlungsunfähig

Bron: interglot
Synoniemen
NL: bankroet
NL: faillissement
NL: geruineerd
NL: krach
NL: weg

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: failliete boedel DE: Konkursmasse (die)
NL: failliete firma DE: fallite, in Konkurs geratene Firma
NL: failliet gegaan zijn DE: falliert haben, in Konkurs geraten sein, (spreektaal) pleite gegangen sein
NL: Iemand failliet verklaren DE: über einen den Konkurs verhängen, eröffnen DE: einen in Konkurs erklären, einen fallit erklären
NL: z. failliet verklaren (geven), sich insolvent DE: sich für zahlungsunfähig erklären DE: den Konkurs beantragen



Er zijn 4 zinnen met `failliet` gevonden
  1. NL: Het bedrijf is failliet gegaan.
    DE: Das Unternehmen ist bankrottgegangen.
  2. NL: en hij zorgde dat zijn zwager...\r - Failliet ging.
    DE: Er hat sein Haus pfänden lassen\r und dann die Firma seines Schwagers. . .
  3. NL: Het bedrijf ging failliet.
    DE: Das Unternehmen ist bankrottgegangen.
  4. NL: En met je broers strafblad\r en z'n zaak die bljna failliet is...
    DE: Bei den Vorstrafen ihres Bruders und\r seinem bankrotten Geschäft,