Vertaal

Vertalingen buurvrouw NL>DE

de buurvrouw

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈbyrvrɑu]
Verbuigingen:  buurvrouwen (meerv.)

vrouw die in het huis naast, boven of onder je woont - Nachbarin (die ~)

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de buurvrouw (v) der Nachbar ; die Nachbarin

Bronnen: Wikipedia interglot
Synoniemen
NL: buurmeisje
NL: buurdame





Er zijn 2 zinnen met `buurvrouw` gevonden
  1. NL: Ken je mijn buurvrouw Jasmijn?
    DE: Kennst du meine Nachbarin Jasmin?
  2. NL: Wat doet jouw buurvrouw?
    DE: Was macht deine Nachbarin?