Vertaal

Vertalingen afspraak NL>DE

afspraak

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ɑfsprak]
Verbuigingen:  afspraakspraken (meerv.)

gesproken of schriftelijke overeenkomst - Verabredung (die ~), Termin (der ~), Vereinbarung (die ~)
een afspraak maken met een adviseur - einen Termin mit einem Berater vereinbaren
een afspraak afzeggen - eine Verabredung absagen
tegen de afspraak in toch diep in de nacht vliegtuigen laten landen en opstijgen - entgegen der Vereinbarung doch tief in der Nacht Flugzeuge landen und starten lassen

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de afspraakdas Date ; die Abmachung ; der Termin ; die Verabredung ; die Vereinbarung
afspraak Übereinkunft ; die Zustimmung ; das Stelldichein

Bronnen: interglot mwb Wikipedia
Synoniemen
NL: afspraakje
NL: overeenkomst
NL: regeling
NL: verbintenis
NL: schikking
NL: akkoord
NL: liaison
NL: toewijzing
NL: rendez vous
NL: afgesproken ontmoeting

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: volgens afspraak DE: wie verabredet
NL: (te spreken) na afspraak DE: nach Vereinbarung