Vertaal

Vertalingen afspraak NL>DE

afspraak

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ɑfsprak]
Verbuigingen:  afspraakspraken (meerv.)

gesproken of schriftelijke overeenkomst - Verabredung (die ~), Termin (der ~), Vereinbarung (die ~)
een afspraak maken met een adviseur - einen Termin mit einem Berater vereinbaren
een afspraak afzeggen - eine Verabredung absagen
tegen de afspraak in toch diep in de nacht vliegtuigen laten landen en opstijgen - entgegen der Vereinbarung doch tief in der Nacht Flugzeuge landen und starten lassen

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de afspraakdas Date ; die Abmachung ; der Termin ; die Verabredung ; die Vereinbarung
afspraak Übereinkunft ; die Zustimmung ; das Stelldichein

Bronnen: interglot mwb Wikipedia
Synoniemen
NL: afgesproken ontmoeting
NL: afspraakje
NL: akkoord
NL: liaison
NL: overeenkomst
NL: regeling
NL: rendez vous
NL: schikking
NL: toewijzing
NL: verbintenis

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: volgens afspraak DE: wie verabredet
NL: (te spreken) na afspraak DE: nach Vereinbarung



Er zijn 6 zinnen met `afspraak` gevonden
  1. NL: Michael, dit is het restaurant waar uw vader en ik onze eerste afspraak hadden.
    DE: Michael, dies ist das Restaurant, in dem dein Vater und ich unser erstes Rendezvouz hatten.
  2. NL: Heb je een afspraak?
    DE: Hast de einen Termin?
  3. NL: Sorry, ik ben laat voor een afspraak.
    DE: Tut mit Leid, ich bin schon zu spät dran.
  4. NL: Ik heb een afspraak.\r Iemand heeft schilderijen gestolen.
    DE: Ich habe einen Termin.
  5. NL: De kerk is in de zomer dagelijks geopend, in de winter alleen op afspraak
    DE: Die Kirche ist im Sommer täglich geöffnet, im Winter gegen Voranmeldung
  6. NL: kan ik een afspraak maken met de manager?
    DE: ich hätte gern einen Termin mit dem Geschäftsführer