Vertaal

Doorgestuurd van werkwoordsvorm `traversez`.



Zie ook: traverser


Vertalingen traverser FR>NL
[tʀavɛʀse]

1 passer à travers ··· - doordringen

  'L'eau a traversé le plancher.'
  Het water lekte door de vloer heen.

  'traverser la foule'
  zich een weg banen door de menigte


2 parcourir un espace - door ... (heen) trekken

  'traverser un pays du nord au sud'
  een land doorkruisen van noord naar zuid

  'traverser la rue'
  de straat oversteken

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
traverser (ww.) reizen (ww.) ; trekken (ww.) ; zwerven (ww.) ; rondreizen (ww.) ; overgaan (ww.) ; verdragen (ww.) ; doorstaan (ww.) ; verteren (ww.) ; verduren (ww.) ; doorleven (ww.) ; doorkomen (ww.) ; oversteken (ww.) ; dwars oversteken (ww.) ; reizen door (ww.) ; doorheen reizen (ww.) ; doormaken (ww.) ; opkruisen (ww.) ; oplaveren (ww.) ; doorreizen (ww.) ; doorvliegen (ww.) ; doorvaren (ww.)
traverser overschrijden

Bronnen: interglot ICT-Woordenboek
Synoniemen
FR: couper
FR: croiser
FR: explorer
FR: filtrer
FR: franchir
FR: parcourir
FR: passer
FR: patrouiller
FR: pénétrer
FR: percer

Uitdrukkingen en gezegdes
FR: traverser l'esprit NL: voor de geest komen