Vertaal
Vertalingen pot FR>NL
[po]

1 récipient - pot

  'pot de fleurs'
  bloempot

  'pot de confiture'
  jampot

  petit pot
   (= récipient de verre qui contient des aliments pour bébés) - potje


2 boisson, dans un bar - drankje

  'boire un pot avec ··· '
  een glaasje met iemand drinken


3   pot d'échappement
tuyau par lequel s'échappent les gaz, sur un véhicule - knalpot


4 chance - mazzel

  'avoir du pot'
  mazzel hebben


5 récipient où l'on fait ses besoins - po(t)

  'enfant qui fait ses besoins dans son pot'
  kind dat zijn behoefte doet in een po(t)

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
le pot (m) de kan (m) ; de schenkkan ; het glas ; het drinkglas ; glazen pul (znw.) ; de pot (m) ; de kookpot (m) ; het vaatje ; het tonnetje ; het glaasje ; het slokje ; het borreltje ; glaasje jenever (znw.) ; het opkikkertje ; het neutje ; de kit ; de kolenkit ; de kolenbak (m) ; de kolenemmer (m) ; het kannetje ; het schenkkannetje
pot MWB

Bron: interglot
Synoniemen
FR: à fond la caisse
FR: bourdalou
FR: chance
FR: coupé
FR: cruche
FR: fortune
FR: jarre
FR: jules
FR: plein tarif
FR: récipient

Uitdrukkingen en gezegdes
FR: pot à  fleurs NL: bloempot
FR: pot d'échappement NL: knalpot
FR: pot de vin NL: kan wijn
FR: mettre la poule au pot NL: er goed bij zitten
FR: payer les pots cassés NL: de schade, het gelag betalen
FR: à  la fortune du pot NL: wat de pot schaft
FR: découvrir le pot aux roses NL: het geheim ontdekken
FR: tourner autour du pot NL: eromheen draaien






Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`