Vertaal
Zie ook: brèche


Vertalingen bréche FR>NL
[bʀɛʃ]

1 ouverture - gat
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
la brèche (v) het gat ; achterdeur ; de bres

Bronnen: interglot Wikipedia
Synoniemen
FR: cassure
FR: défilé
FR: détroit
FR: éclat
FR: entaille
FR: faille
FR: fêlure
FR: fente
FR: fracture
FR: gorge

Uitdrukkingen en gezegdes
FR: battre en brèche NL: een bres trachten te schieten in, (figuurlijk) hevig aanvallen, bestrijden
FR: faire une brèche à  un pâté NL: aansnijden, aanspreken
FR: être sur la brèche NL: op de bres staan
FR: mourir sur la brèche NL: strijdend ten onder gaan