Vertaal
Zie ook: baisserZie ook: baisser


Vertalingen baisser FR>NL
[bese]

1 faire descendre - neerlaten

  'baisser un store'
  een rolluik neerlaten


2 diriger vers le bas - buigen

  'baisser la tête'
  het hoofd buigen


3 diminuer l'intensité de ··· - verlagen

  'baisser la voix'
  zachter gaan spreken
[bese]


1 diminuer - dalen

  'Les prix baissent.'
  De prijzen zakken.


2 s'affaiblir - achteruitgaan

  'Sa vue baisse.'
  Zijn ogen gaan achteruit.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
baisser (ww.) minderen (ww.) ; afnemen (ww.) ; verminderen (ww.) ; vervallen (ww.) ; dalen (ww.) ; teruggaan (ww.) ; minder worden (ww.) ; declineren (ww.) ; tanen (ww.) ; beperken (ww.) ; verlagen (ww.) ; krimpen (ww.) ; verkorten (ww.) ; reduceren (ww.) ; inperken (ww.) ; inkrimpen (ww.) ; slinken (ww.) ; achteruitgaan (ww.) ; lager maken (ww.) ; besparen (ww.) ; bezuinigen (ww.) ; matigen (ww.) ; zakken (ww.) ; kelderen (ww.) ; kleiner worden (ww.) ; omlaagbrengen (ww.) ; dimmen (ww.) ; vernederen (ww.)
baisser neerlaten ; bukken

Bronnen: interglot Wikipedia Diving dictionary
Synoniemen
FR: abaisser
FR: courber
FR: décroître
FR: descendre
FR: diminuer
FR: faiblir
FR: incliner
FR: pencher
FR: rabattre
FR: s'affaiblir

Uitdrukkingen en gezegdes
FR: baisser l'oreille NL: beteuterd staan, de moed verliezen
FR: baisser pavillon NL: toegeven, de vlag strijken
FR: baisser un store NL: een gordijn neerlaten
FR: baisser un tableau NL: een schilderij lager hangen
FR: baisser la tête NL: het hoofd buigen
FR: baisser le ton NL: inbinden, een toontje lager zingen
FR: baisser la voix NL: zachter spreken
FR: baisser la radio NL: de radio zacht(er) zetten
FR: ses actions baissent NL: zijn invloed vermindert
FR: le jour baisse NL: de avond valt
FR: le malade baisse NL: de zieke gaat achteruit
FR: les marchandises baissent NL: de waren slaan af
FR: le vent baisse NL: de wind gaat liggen
FR: sa vue baisse NL: zijn gezicht wordt minder