Vertaal

Vertalingen vessel EN>NL

1 a container, usually for liquid: “a plastic vessel containing acid.”
vat

2 a ship: “a 10,000-ton grain-carrying vessel.”
vaartuig
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the vesselde boot ; het schip ; het bootje ; de vaartuig ; de schuit ; het schuitje ; het scheepje ; het stoomschip ; de pot (m) ; de bak (m) ; de ton ; de vat (m) ; de emmer (m) ; de teil ; de barrel (m) ; de kuip ; het fust
vessel civette ; doos ; etui ; foedraal ; koker ; korf ; zak ; pul ; vaas

Bronnen: interglot Vlietstra Wakefield genealogy pages
Synoniemen
EN: craft
EN: tube
EN: tube-shaped structure
EN: vas

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: the weaker vessel NL: de vrouw



Er zijn 29 zinnen met `vessel` gevonden
  1. EN: Their fleet numbered 3000 sailing vessels
    NL: Hun vloot telde 3000 zeilvaartuigen
  2. EN: lymph vessel
    NL: lymfvat
  3. EN: vessel lumen
    NL: vaatlumen
  4. EN: tank vessel
    NL: tankschip
  5. EN: rescue vessel
    NL: reddingsvaartuig
  6. EN: anti ship attack vessel
    NL: anti-schipvaartuig
  7. EN: Handle lines to secure vessels to wharves or other ships.
    NL: Werkt met lijnen om vaartuigen vast te leggen aan kades of andere schepen.
  8. EN: diffuse 3-vessel heart disease
    NL: een diffuus 3-taks coronarialijden
  9. EN: ocean station vessel
    NL: stationzeeschip
  10. EN: merchant vessel
    NL: koopvaarder
  11. EN: pilot vessel
    NL: loodsboot
  12. EN: blood vessel
    NL: bloedvat
  13. EN: coastguard vessel
    NL: kustwachtschip
  14. EN: despatch vessel
    NL: koerierschip
  15. EN: pressure vessel design (software)
    NL: drukvatberekening
  16. EN: the angiogram shows damage in one blood vessel
    NL: Anglografisch is er sprake van een 1 vatslijden
  17. EN: Load or unload cargo to and from vessel and secure it.
    NL: Laadt en lost lading van het schip en zet de lading vast.
  18. EN: umbilical vessels
    NL: navelvaten
  19. EN: The fishing vessel's masthead light(s) and side light(s) must be visible
    NL: boord en toplicht van kotter dient waarneembaar te zijn
  20. EN: transom (the flat surface that forms the back (stern) of a vessel)
    NL: spiegel van een schip
  21. EN: examination vessel
    NL: onderzoeksvaartuig
  22. EN: flush deck vessel
    NL: gladdekschip
  23. EN: oil spill recovery vessel
    NL: oliebestrijdingsvaartuig
  24. EN: Alert deck officers when other vessels, navigation marks or hazards are sighted.
    NL: Licht de leidinggevende in wanneer hij/zij andere schepen, herkenningspunten of mogelijke gevaren signaleert.
  25. EN: Steer vessels and operate navigational instruments and fish-finding equipment.
    NL: Manoeuvreert schepen, bedient navigatie-apparatuur en apparatuur om vis te vinden.

Bekijk alle 29 voorbeeldzinnen met `vessel`