Naar andere talen: • time > DEtime > EStime > FR
Vertalingen time EN>NL

1 the hour of the day: “What time is it?”

2 the passage of days, years, events etc: “time and space”

3 a point at which, or period during which, something happens: “at the time of his wedding”

4 the quantity of minutes, hours, days etc, eg spent in, or available for, a particular activity etc: “This won't take much time to do”

5 a suitable moment or period: “Now is the time to ask him.”

6 one of a number occasions: “He's been to France four times.”

7 a period characterized by a particular quality in a person's life, experience etc: “He went through an unhappy time when she died”

8 the speed at which a piece of music should be played; tempo: “in slow time.”

1 to measure the time taken by (a happening, event etc) or by (a person, in doing something): “He timed the journey.”

2 to choose a particular time for: “You timed your arrival beautifully!”

'timeless (Bijvoeglijk naamwoord)

1 not belonging to, or typical of, any particular time: “timeless works of art.”

2 never-ending: “the timeless beauty of Venice.”

'timelessly (Bijwoord)


'timelessness (Zelfstandig naamwoord)


'timely (Bijvoeglijk naamwoord)

coming at the right moment: “Your arrival was most timely.”
op het juiste moment

'timeliness (Zelfstandig naamwoord)


'timer (Zelfstandig naamwoord)

1 a person who, or a device which, measures the time taken by anything: “a three-minute egg-timer.”

2 a clock-like device which sets something off or switches something on or off at a given time.

times (noun plural)

1 a period; an era: “We live in difficult times.”

2 in mathematics, used to mean multiplied by: “Four times two is eight.”

'timing (Zelfstandig naamwoord)

1 the measuring of the amount of time taken.

2 the regulating of speech or actions to achieve the best effect: “All comedians should have a good sense of timing.”

time bomb

a bomb that has been set to explode at a particular time.

'time-consuming (Bijvoeglijk naamwoord)

taking too much time to do: “a time-consuming process/job.”
tijdverslindend, tijdrovend

time limit

a fixed length of time during which something must be done and finished: “The examination has a time limit of three hours.”

time 'off (Zelfstandig naamwoord)

a period of time away from work or studying.
vrije tijd

time 'out (Zelfstandig naamwoord)


1 (in basketball etc) a short break requested by the coach to give instructions etc.

2 a short period of rest from an activity: “to take time out to relax.”
korte pauze

'timetable (Zelfstandig naamwoord)

a list of the times of trains, school classes etc.
dienstregeling, rooster

all in good time

soon enough.
alles op zijn tijd

all the time

de hele tijd

at times

occasionally; sometimes.

be behind time

to be late.
achter zijn

for the time being

meanwhile© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to time tijd opnemen (ww.) ; tijd (ww.) ; keer (ww.) ; maal (ww.) ; periode (ww.) ; termijn (ww.) ; tijdsduur (ww.) ; tijdsbestek (ww.) ; tijdruimte (ww.) ; klokken (ww.) ; timen (ww.) ; de tijd opnemen (ww.)
the timede poos
time tijd ; maat ; vroeger ; uur
Bronnen: Vlietstra; interglot; Wakefield genealogy pages; Download IATE, European Union, 2017.; KNNV

Voorbeeldzinnen met `time`
Voorbeeldzinnen laden....

EN: case
EN: circumstance
EN: clip
EN: event
EN: example
EN: incident
EN: instance
EN: juncture
EN: occurrence
EN: period of time

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: any time NL: tot uw dienst NL: graag gedaan
EN: close time NL: besloten jachttijd, vistijd
EN: it's your time now NL: nu heb je de gelegenheid
EN: in the nick of time NL: juist op tijd
EN: serve one's time= doing time NL: in de gevangenis zitten
EN: I had a good time NL: ik amuseerde me uitstekend
EN: those were times! NL: dat was nog eens een tijd!
EN: time and again NL: steeds weer
EN: many a time NL: vaak
EN: time after time NL: keer op keer
EN: what is the time? NL: hoe laat is het?
EN: beat time NL: de maat slaan
EN: keep time NL: maat houden, in de pas blijven, op tijd lopen (van uurwerk)
EN: mean time NL: gemiddelde tijd
EN: two at a time NL: twee tegelijk
EN: time out of mind=time immemorial NL: onheuglijke tijden
EN: so that's the time of day! NL: dus zo zit 't!
EN: the time of my life NL: de prettigste, interessantste, gewichtigste of onaangenaamste tijd van mijn leven
EN: time is up NL: de tijd is om, het is tijd
EN: give a person the time of day NL:

Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`
Download de Android App
Download de IOS App