Vertaal
Vertalingen tear EN>NL
to tear benadrukken (ww.) ; accentueren (ww.) ; huilen (ww.) ; tranen (ww.) ; tranen afscheiden (ww.) ; scheuren (ww.) ; inscheuren (ww.) ; torn (ww.) ; verscheuren (ww.) ; kapot scheuren (ww.) ; openscheuren (ww.) ; losscheuren (ww.) ; openrijten (ww.) ; winkelhaak in kleding (ww.) ; doorscheuren (ww.) ; rijten (ww.) ; uitscheuren (ww.)
the tearde traan ; de scheur (m)
tear rukken in de zin van los rukken ; vaneenscheuren ; flap

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages Vlietstra Autowoordenboek
Synoniemen
EN: break
EN: cleave
EN: crack
EN: driblet
EN: drop
EN: gash
EN: hole
EN: opening
EN: rip
EN: rupture

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: tearstained face NL: behuild gezicht
EN: tear it NL: (sl.) de boel bederven
EN: tear about NL: wild rond vliegen
EN: tear along NL: voortrennen NL: 'scheuren' (van auto) NL: voortslepen
EN: tear at NL: rukken aan
EN: he could not tear himself away NL: hij kon zich niet losmaken, vrijmaken
EN: torn between good and evil NL: in tweestrijd tussen goed en kwaad
EN: tear down NL: afbreken NL: afscheuren
EN: tear in(to) the house NL: het huis binnenrennen
EN: tear up NL: verscheuren NL: uitroeien NL: opstormen (trap)
EN: he is on the tear NL: hij is aan de boemel
EN: she is never in a tear NL: ze heeft nooit haast NL: ze is nooit kwaad