Vertaal

Vertalingen survey EN>NL

1 to look at, or view, in a general way: “He surveyed his neat garden with satisfaction.”
overzien

2 to examine carefully or in detail.
onderzoeken

3 to measure, and estimate the position, shape etc of (a piece of land etc): “They have started to survey the piece of land that the new motorway will pass through.”
opmeten

4 to make a formal or official inspection of (a house etc that is being offered for sale).
inspecteren

1 a look or examination; a report: “After a brief survey of the damage he telephoned the police”
overzicht

2 a careful measurement of land etc.
opmeting

sur'veyor (Zelfstandig naamwoord)

a person whose job is to survey buildings or land.
landmeter
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to survey overzicht (ww.) ; totaalbeeld (ww.) ; het overzien (ww.) ; verslag (ww.) ; verhaal (ww.) ; rapport (ww.) ; weergave (ww.) ; reportage (ww.) ; controleren (ww.) ; keuren (ww.) ; inspecteren (ww.) ; examineren (ww.) ; schouwen (ww.) ; enquête (ww.) ; ondervraging (ww.) ; inschrijven (ww.) ; kadastreren (ww.) ; in kaart brengen (ww.) ; karteren (ww.) ; kartering (ww.) ; overzien (ww.)
the surveyde overzichtelijkheid (v)
survey beproeven in de zin van testen ; onderzoek ; onderzoeken in de zin van beproeven

Bronnen: interglot Autowoordenboek MWB
Synoniemen
EN: examination
EN: interview
EN: opinion poll
EN: scrutiny
EN: study