Vertaal

Vertalingen skill EN>NL

1 cleverness at doing something, resulting either from practice or from natural ability: “This job requires a lot of skill.”
bedrevenheid

2 a job or activity that requires training and practice; an art or craft: “the basic skills of reading and writing.”
vaardigheid

'skilful (Bijvoeglijk naamwoord)

having, or showing, skill: “a skilful surgeon”
bekwaam

'skilfully (Bijwoord)

bekwaam

'skilfulness (Zelfstandig naamwoord)

bekwaamheid

skilled (Bijvoeglijk naamwoord)

(negativeunskilled)

1 (of a person etc) having skill, especially skill gained by training: “a skilled craftsman”
bedreven

2 (of a job etc) requiring skill: “a skilled trade.”
geschoold
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the skillde vaardigheid (v) ; de bekwaamheid (v) ; de kunst (v) ; de truc (m) ; de handigheid (v) ; de behendigheid (v) ; het kunstje ; de kunstgreep (m) ; de kunde (v) ; de kundigheid (v) ; de deskundigheid (v) ; de vakkundigheid (v) ; kennis van zaken (znw.) ; het vakmanschap ; het kunnen ; het vakwerk ; de vakarbeid (v) ; de bedrevenheid (v) ; de vlugheid (v) ; de capaciteit ; de ervaring (v) ; de praktijk ; de routine (v)
skill slag ; vakkennis

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages Horecagids
Synoniemen
EN: ability
EN: accomplishment
EN: acquirement
EN: acquisition
EN: adeptness
EN: apparent ease
EN: aptitude
EN: assurance
EN: attainment
EN: competence