Vertaal

Vertalingen navy EN>NL

1 a country's warships and the people who work in and with them: “Russia has one of the largest navies in the world”
marine

2 (also adjective) (alsonavy blue) (of) a dark blue colour: “a navy (blue) jersey.”
marine-

'naval (Bijvoeglijk naamwoord)

of the navy: “naval uniform”
marine-
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the navyde vloot ; de zeemacht (v) ; de zeevloot ; de marine (v) ; het marineblauw

Bron: interglot
Synoniemen
EN: armada
EN: armed service
EN: convoy
EN: flotilla
EN: military service
EN: naval forces
EN: naval power
EN: service
EN: task force





Er zijn 17 zinnen met `navy` gevonden
  1. EN: helo (US Navy slang)
    NL: heli(kopter)
  2. EN: navy pilot
    NL: marinevlieger
  3. EN: roll 'em (US Navy)
    NL: film (vertoond in de readyroom)
  4. EN: The city owed its rapid – and rather chaotic – growth in the 19th century to its importance to shipbuilding and the navy
    NL: De betekenis van de stad als scheepsbouw- en marinestad blijkt ook uit de snelle – en betrekkelijk planloze – groei in de 19e eeuw
  5. EN: The stroke of midnight.\r Go off the Navy master clock.
    NL: Exact middernacht.\r Volgens de atoomtijd.
  6. EN: mini boss (US Navy)
    NL: assistent-luchtverkeersleider
  7. EN: Royal Netherlands Navy
    NL: Koninklijke Marine
  8. EN: splash (US Navy slang)
    NL: neerstorten
  9. EN: navy flyer
    NL: marinevlieger
  10. EN: pointy end (US Navy)
    NL: de voorkant van een carrier
  11. EN: shooter (US Navy slang)
    NL: katapultofficier
  12. EN: hard deck (US Navy)
    NL: minimale vluchthoogte bij gevechtstrainingen
  13. EN: rocket one (US Navy)
    NL: de commandant
  14. EN: navy aviator
    NL: marinevlieger
  15. EN: varsity play for the deck (US Navy)
    NL: goed uitgevoerde landing op dek
  16. EN: chaplain of the navy
    NL: vlootaalmoezenier
  17. EN: navy yard
    NL: marinewerf