Vertaal

Vertalingen habit EN>NL

1 something which a person does usually or regularly: “the habit of going for a walk before bed”
gewoonte

2 a tendency to do the same things that one has always done: “I did it out of habit.”
uit gewoonte

3 clothes: “a monk's habit.”
habijt

habitual (Bijvoeglijk naamwoord)

1 having a habit of doing, being etc (something): “He's a habitual drunkard.”
gewoonte-

2 done etc regularly: “He took his habitual walk before bed.”
gewone, gewoonlijke

habitually (Bijwoord)

gewoon, gewoonlijk

from force of habit

because one is used to doing (something): “I took the cigarette from force of habit.”
uit gewoonte

get (someone) into

to make (a person) start or stop doing (something) as a habit: “I wish I could get out of the habit of biting my nails”
aanwennen; afwennen, afleren
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the habithet gebruik ; de gewoonte (v) ; de traditie (v) ; de usance ; de eigenaardigheid (v) ; de merkwaardigheid (v) ; de bijzondere geaardheid (v) ; de hebbelijkheid (v) ; de vreemdsoortigheid (v) ; kerkgewaad (znw.) ; liturgisch gewaad (znw.) ; priesterlijk ambtsgewaad (znw.) ; de pij ; het habijt ; geestelijk gewaad (znw.) ; het aanwensel

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages
Synoniemen
EN: compulsion
EN: craving
EN: custom
EN: dependence
EN: infatuation
EN: mannerism
EN: need
EN: obsession
EN: quirk
EN: tradition





Er zijn 20 zinnen met `habit` gevonden
  1. EN: the courts of the country in which you or your former spouse are habitually resident, or
    NL: het land van de gewone verblijfplaats van uzelf of uw ex-echtgeno(o)t(e), of
  2. EN: In particular, the EU wants to expand Natura 2000, a set of areas where plant and animal species and their habitats must be protected
    NL: De EU streeft bijvoorbeeld naar uitbreiding van Natura 2000, een reeks gebieden waar planten- en diersoorten en hun habitats beschermd worden
  3. EN: habituating
    NL: verslavend
  4. EN: Instruct children, e.g. in health and personal habits such as eating, resting and toilet habits.
    NL: Instrueert kinderen, bijv. m.b.t. gezondheid en dagelijke routines als eten, rusten en naar het toilet gaan.
  5. EN: Spain is a habitat with over 8,000 plant species
    NL: Spanje herbergt meer dan 8000 vegetatiesoorten
  6. EN: habitus
    NL: lichaamshouding
  7. EN: facility for habitual offenders
    NL: inrichting voor stelselmatige daders
  8. EN: Educate individuals and groups about nutrition, e.g. Healthy eating habits
    NL: Licht individuen en groepen voor over voeding, bijv. met betrekking tot gezonde eetgewoonten.
  9. EN: Children imitate their parents' habits.
    NL: Kinderen nemen de gewoontes van hun ouders over.
  10. EN: However beach holidays in England can be low-key, too, with many areas providing important wildlife habitats
    NL: Maar strandvakanties in Engeland kunnen ook rustig zijn en er zijn veel gebieden die een belangrijke leefomgeving bieden voor allerlei wilde dieren
  11. EN: habituation
    NL: tolerantie
  12. EN: not particularly part of his natural habitat
    NL: niet meteen tot zijn biotoop behoren
  13. EN: habitual
    NL: habitueel
  14. EN: as per her usual bad habit
    NL: naar slechte gewoonte van
  15. EN: A natural habitat and biosphere: the Baltic information centre
    NL: Leefruimte en biosfeer: Ostsee-Infocenter
  16. EN: Don't make it a habit,\r or l'll charge you.
    NL: lk stuur wel 'n rekening.\r -Toch gevoel voor humor.
  17. EN: You must kick the habit
    NL: Je moet van je verslaving af zien te komen
  18. EN: The EU has committed to stopping the decline of endangered species and habitats in the EU by 2010, but reaching that goal will require much effort
    NL: De EU heeft beloofd uiterlijk in 2010 het tij te keren voor bedreigde soorten en habitats in de EU, maar dat is geen gemakkelijke taak
  19. EN: habit-forming
    NL: verslavend
  20. EN: Maintain discipline and good working habits in the classroom.
    NL: Houdt orde en zorgt voor een goede werksfeer in het klaslokaal.