Vertaal

Vertalingen gross EN>NL

1 very bad: “gross errors/indecency.”
grof, zwaar, schokkend

2 vulgar: “gross behaviour/language.”
grof, vulgair

3 too fat: “a large, gross woman.”
dik

4 total: “The gross weight of a parcel is the total weight of the contents, the box, the wrapping etc.”
totaal, bruto
the total amount (of several things added together).
bruto verdienste

'grossly (Bijwoord)

: “grossly underpaid”
grof, zwaar; op afstotelijke wijze
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the grossde meerderheid (v) ; het gros
gross (bijv.naamw.) bruto (bijv.naamw.) ; grof (bijv.naamw.) ; plat (bijv.naamw.) ; lomp (bijv.naamw.) ; banaal (bijv.naamw.) ; triviaal (bijv.naamw.) ; vunzig (bijv.naamw.) ; schunnig (bijv.naamw.) ; platvloers (bijv.naamw.) ; laag-bij-de-grond (bijv.naamw.) ; merendeel (bijv.naamw.) ; grootste deel (bijv.naamw.) ; vuil (bijv.naamw.) ; morsig (bijv.naamw.) ; kliederig (bijv.naamw.) ; knoeierig (bijv.naamw.) ; schromelijk (bijv.naamw.)
gross walgelijk

Bronnen: interglot Wikipedia
Synoniemen
EN: gross
EN: messy
EN: overall
EN: total

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: gross lease NL: bruto verhuur
EN: gross weight NL: bruto gewicht
EN: in (the) gross NL: in zijn geheel NL: in het groot