Vertaal
Vertalingen grey EN>NL

1 of a mixture of colour between black and white: “Ashes are grey.”
grijs

2 grey-haired: “He's turning/going grey.”
grijs(harig)

1 (any shade of) a colour between black and white: “Grey is rather a dull colour.”
grijs

2 something grey in colour: “I never wear grey.”
grijs
to become grey or grey-haired.
grijs worden

'greyish (Bijvoeglijk naamwoord)

close to grey: “a greyish-green dress.”
grijsachtig
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
the greyde schimmel (m)
grey (bijv.naamw.) grijs (bijv.naamw.) ; grauwkleurig (bijv.naamw.) ; grijsharig (bijv.naamw.) ; wit paard (bijv.naamw.) ; triest (bijv.naamw.) ; somber (bijv.naamw.) ; troosteloos (bijv.naamw.) ; mistroostig (bijv.naamw.) ; vreugdeloos (bijv.naamw.) ; grauw (bijv.naamw.)
grey grijze

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages MWB
Synoniemen
EN: achromatic
EN: discoloured
EN: dull
EN: gray
EN: grayish
EN: grey-headed
EN: greyish
EN: hoary
EN: pale
EN: silvery

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: gray friars NL: franciskanen
EN: the gray mare is the better horse NL: de vrouw heeft de broek aan
EN: gray topper NL: grijze hoge hoed NL: zie ook eminence






Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`