Vertaal

Vertalingen forecast EN>NL
to tell about (something) before it happens: “He forecast good weather for the next three days.”
voorspellen
a statement about what is going to happen; a prediction: “forecasts about the economy.”
voorspelling
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to forecast voorspellen (ww.) ; wichelen (ww.) ; voorspelling (ww.) ; tevoren zeggen (ww.) ; voortellen (ww.)
the forecastde prognose ; de verwachting
forecast beduiden ; voorzeggen ; waarzeggen ; profeteren ; raming

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages Vlietstra
Synoniemen
EN: calculate
EN: calculation
EN: diagnosis
EN: envisage
EN: expect
EN: forecasting
EN: foresee
EN: foretell
EN: foretelling
EN: guess





Er zijn 13 zinnen met `forecast` gevonden
  1. EN: not fulfil quarterly earnings forecast
    NL: kwartaal niet halen/missen
  2. EN: It snowed as was forecast.
    NL: Het sneeuwde zoals voorspeld.
  3. EN: That's a terrible forecast
    NL: Dat is een afschuwelijk weerbericht
  4. EN: F/C of Forecast
    NL: F/C
  5. EN: weather forecast
    NL: weerbericht
  6. EN: perceptibly higher than forecast
    NL: gevoelig hoger liggen dan
  7. EN: perceptibly higher than forecast
    NL: gevoelig hoger liggen dan
  8. EN: Put on the radio or we'll missing the forecast
    NL: Zet de radio aan ander missen we het weerbericht
  9. EN: The weather forecast is bad for later on
    NL: De weersverwachting voor later vanavond is slecht
  10. EN: Forecast
    NL: Prognose
  11. EN: Design and develop weather forecasting tools (e.g. mathematical and computer models).
    NL: Ontwerpt en ontwikkelt hulpmiddelen/instrumenten t.b.v. weersverwachting (bijv. wiskundige modellen, computermodellen).
  12. EN: area forecast centre
    NL: centrum voor gebiedsweersverwachtingen
  13. EN: trend forecast
    NL: trendverwachting