Vertaal

Vertalingen face EN>NL

1 the front part of the head, from forehead to chin: “a beautiful face.”
gezicht

2 a surface especially the front surface: “a rock face.”
wand

3 in mining, the end of a tunnel etc where work is being done: “a coal face.”
front

1 to be opposite to: “My house faces the park.”
uitzien op

2 to turn, stand etc in the direction of: “She faced him across the desk.”
kijken naar

3 to meet or accept boldly: “to face one's fate.”
onder ogen zien

-faced (Bijvoeglijk naamwoord)

having a face of a certain kind: “a baby-faced man.”
met een -gezicht

facial (Bijvoeglijk naamwoord)

of the face: “facial expressions.”
gezichts-

facing (Voorzetsel)

opposite: “The hotel is facing the church.”
tegenover

facecloth (Zelfstandig naamwoord)

(Americanwashcloth) a piece of cloth for washing the face or body.
washandje

'facelift (Zelfstandig naamwoord)

1 an operation to smooth and firm the face: “She has had a facelift.”
face-lift

2 a process intended to make a building etc look better: “This village will be given a facelift.”
opknapbeurt

'face-powder (Zelfstandig naamwoord)

a type of make-up in the form of a fine powder: “She put on face-powder to stop her nose shining.”
gezichtspoeder

'face-saving (Bijvoeglijk naamwoord)

of something which helps a person not to look stupid or not to appear to be giving in: “He agreed to everything we asked and as a face-saving exercise we offered to consult him occasionally.”
om zijn gezicht te redden

face value

the value stated on the face of a coin etc: “Some old coins are now worth a great deal more than their face value.”
nominale waarde

at face value

as being as valuable etc as it appears: “You must take this offer at face value.”
zoals het zich voordoet

face the music

to accept punishment or responsibility for something one has done: “The child had to face the music after being rude to the teacher.”
de gevolgen onder ogen zien

face to face

in person; in the actual presence of one another: “I'd like to meet him face to face some day †“ I've heard so much about him.”
in levenden lijve

face up to

to meet or accept boldly: “She faced up to her difficult situation.”
onder ogen zien

in the face of

having to deal with and in spite of: “She succeeded in the face of great difficulties.”
ondanks

lose face

to suffer a loss of respect or reputation: “You will really lose face if you are defeated.”
zijn gezicht verliezen

make/pull a face

to twist one's face into a strange expression: “She pulled faces at the baby to make it laugh.”
een gezicht trekken

on the face of it

as it appears at first glance, usually deceptively: “On the face of it, the problem was easy.”
op het eerste gezicht

put a good face on it

to give the appearance of being satisfied etc with something when one is not: “Now it's done we'll have to put a good face on it.”
zich goed houden

save one's face

to avoid appearing stupid or wrong: “I refuse to accept the reponsibility for that error just to save your face †“ it's your fault.”
zijn gezicht redden
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to face staan tegenover (ww.) ; vlakken (ww.)
the facehet gezicht ; het gelaat ; het aangezicht ; de gevel (m) ; de voorzijde ; de voorgevel (m) ; de pui ; het front ; de voorkant (m) ; de bek (m) ; de muil (m) ; de smoel (m) ; de waffel (m) ; het smoelwerk ; de snuit (m) ; de snoet (m) ; het bakkes ; de tronie (v) ; porum (znw.) ; ponum (znw.) ; de tater (m) ; het trotseren ; het hoofd bieden ; het confronteren ; het onder ogen zien ; de facie (v)
face vlak ; het hoofd bieden ; toet ; afschaven ; bovenvlak ; kant ; pasvlak ; zijde ; gezichtsuitdrukking

Bronnen: MWB Vlietstra interglot Wakefield genealogy pages Autowoordenboek Trueterm
Synoniemen
EN: external body part
EN: facade
EN: frontage
EN: human face
EN: obverse
EN: Zelfst. Naamw.

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: he had the face to NL: hij had de onbeschaamdheid om
EN: wear two faces NL: met twee monden spreken
EN: make faces NL: gezichten trekken
EN: pull a long face NL: 'n zuur gezicht trekken
EN: save one's face NL: zijn figuur redden
EN: set one's face against NL: z. verzetten tegen
EN: faceup NL: met beeldzijde zichtbaar (kaartspel)
EN: face down NL: blind (kaartspel)
EN: in face of NL: tegenover
EN: in (the) face of NL: ondanks
EN: he flies in the face of his superiors NL: hij trotseert zijn meerderen
EN: I threw it in her face NL: ik gooide het haar voor de voeten
EN: in the face of day NL: op klaarlichte dag
EN: it was on the face of it NL: 't lag er dik bovenop
EN: I told him to his face NL: ik zei 'm ronduit
EN: he praised her to her face NL: hij prees haar in haar bijzijn
EN: I was face to face with him NL: ik stond tegenover hem
EN: face about NL: (doen) omdraaien



Er zijn 92 zinnen met `face` gevonden
  1. EN: History is blowing in the wind and whipping your face
    NL: U voelt de geschiedenis langs u heen gaan
  2. EN: Let's face it,
    NL: Laten we eerlijk zijn,
  3. EN: The culture of Bonaire can be seen in the faces of its people
    NL: De cultuur van Bonaire is af te lezen aan de gezichten van de bevolking
  4. EN: Ingolstadt – a town of many facets, full of history and tradition yet with a modern, urban flair, vibrant and full of life
    NL: Een stad met talrijke facetten – boordevol traditie en historie, tegelijkertijd met een modern stedelijk karakter, levendig en vol levenslust
  5. EN: This enables the EU to act rapidly and coherently when faced with economic challenges such as the current economic and financial crises
    NL: Daardoor kan de EU snel en op samenhangende wijze optreden bij economische problemen zoals de huidige economische en financiële crisis
  6. EN: We'll bring you face to face with our publishers: at our organised network events, such as the zanox Expert Day or the zanox Global Alliance Summit
    NL: We zorgen ervoor dat u onze publishers persoonlijk ontmoet: op de door ons georganiseerde evenementen, zoals de zanox ExpertDay of de zanox Campus
  7. EN: And face the truth
    NL: en de waarheid aanvaarden
  8. EN: Facebook page
    NL: Facebook pagina
  9. EN: Something 'bout lonely nights and my lipstick on your face
    NL: Iets met de eenzame nachten en mijn lippenstift op je gezicht
  10. EN: And yet you’ve had a long face for days
    NL: En toch loop je al dagen met een lang gezicht
  11. EN: What a setting: a theatre surrounded by a rocky cliff face on the sea’s doorstep
    NL: Wat een locatie: een theater omringd door een rotsachtige klif aan de rand van de zee
  12. EN: We'll find him\r with a smile on his face
    NL: We zullen hem thuis met een lach op\r zijn gezicht vinden
  13. EN: Have a look at our new Facebook page
    NL: We verwijzen u trouwens naar onze nieuwe Facebookpagina
  14. EN: No. The sooner we find the humans,\r the sooner l get rid of Mr Stinky Drool-Face,
    NL: Hoe sneller we de mensen vinden,\r hoe eerder ik van die kwijler af ben.
  15. EN: LAURA:\r Oh, her face.
    NL: Haar gezicht.
  16. EN: Let me try\r to cool down your face a bit
    NL: laat me je wat\r verkoeling schenken
  17. EN: face (e.g. in oak)
    NL: Spiegels (bv. in eiken)
  18. EN: l want to see his face.
    NL: lk wil zijn gezicht zien.
  19. EN: Now, take every bit of that junk\r off your face.
    NL: Haal eerst al die troep van je gezicht.
  20. EN: -We saw her face.\r -We saw your face.
    NL: -We zagen haar gezicht.\r -We zagen je gezicht.
  21. EN: You know, your face looks familiar, too,\r Mr. Gubbins.
    NL: U komt me ook bekend voor,\r meneer Gubbins.
  22. EN: face bone
    NL: aangezichtsbot
  23. EN: Face the flag of our country.
    NL: Keer naar de vlag.
  24. EN: Face the judge. Hurry it up.
    NL: Draai je naar de rechter. Schiet op.
  25. EN: face
    NL: vlak

Bekijk alle 92 voorbeeldzinnen met `face`