Vertaal

Vertalingen divide EN>NL

1 to separate into parts or groups: “The wall divided the garden in two”
verdelen, scheiden

2 (withbetweenoramong) to share: “We divided the sweets between us.”
onder elkaar verdelen

3 to find out how many times one number contains another: “6 divided by 2 equals 3.”
delen

di'viders (noun plural)

a measuring instrument used in geometry.
passer

divisible (Bijvoeglijk naamwoord)

able to be divided: “100 is divisible by 4.”
deelbaar

division (Zelfstandig naamwoord)

1 (an) act of dividing.
het verdelen

2 something that separates; a dividing line: “a ditch marks the division between their two fields.”
scheiding

3 a part or section (of an army etc): “He belongs to B division of the local police force.”
divisie, afdeling

4 (a) separation of thought; disagreement.
onenigheid

5 the finding of how many times one number is contained in another.
deling

divisional (Bijvoeglijk naamwoord)

of a division: “The soldier contacted divisional headquarters.”
divisie-
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to divide verdelen (ww.) ; verkavelen (ww.) ; scheiden (ww.) ; splitsen (ww.) ; loskoppelen (ww.) ; uitsplitsen (ww.) ; uit elkaar halen (ww.) ; uiteengaan (ww.) ; hakken (ww.) ; in stukken hakken (ww.) ; delen (ww.) ; kavelen (ww.) ; te verdelen (ww.)
divide afzonderen ; afscheiden ; schiften ; afbreken ; opsplitsen ; tweedeling

Bronnen: interglot Wakefield genealogy pages MWB
Synoniemen
EN: break up
EN: detach
EN: disagreement
EN: disconnect
EN: dissension
EN: dissonance
EN: part
EN: split
EN: take apart
EN: undo

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: divided roadway (Am.) NL: weg met 2 gescheiden rijbanen
EN: 5 will not divide 12 NL: 5 is niet deelbaar op 12
EN: divide the House NL: de Kamer laten stemmen
EN: the Great Divide NL: de dood