Naar andere talen: • cut > DEcut > EScut > FR
Vertalingen cut EN>NL

1 to make an opening in, usually with something with a sharp edge: “He cut the paper with a pair of scissors.”

2 to separate or divide by cutting: “She cut a slice of bread”

3 to make by cutting: “She cut a hole in the cloth.”

4 to shorten by cutting; to trim: “to cut hair”

5 to reduce: “They cut my wages by ten per cent.”

6 to remove: “They cut several passages from the film.”

7 to wound or hurt by breaking the skin (of): “I cut my hand on a piece of glass.”

8 to divide (a pack of cards).

9 to stop: “When the actress said the wrong words, the director ordered 'Cut!'”

10 to take a short route or way: “He cut through/across the park on his way to the office”

11 to meet and cross (a line or geometrical figure): “An axis cuts a circle in two places.”

12 to stay away from (a class, lecture etc): “He cut school and went to the cinema.”
wegblijven van

13 (also cut dead) to ignore completely: “She cut me dead in the High Street.”

1 the result of an act of cutting: “a cut on the head”
snede, afsnijding, verlaging

2 the way in which something is tailored, fashioned etc: “the cut of the jacket.”

3 a piece of meat cut from an animal: “a cut of beef.”
stuk vlees

'cutter (Zelfstandig naamwoord)

1 a person or thing that cuts: “a wood-cutter”
snijder, hakker

2 a type of small sailing ship.

'cutting (Zelfstandig naamwoord)

1 a piece of plant cut off and replanted to form another plant.

2 an article cut out from a newspaper etc: “She collects cuttings about the Royal Family.”

3 a trench dug through a hillside etc, in which a railway, road etc is built.
insulting or offending: “a cutting remark.”

cut glass

glass with ornamental patterns cut on the surface, used for drinking glasses etc.
geslepen glas


cheaper than normal: “cut-price goods”
in prijs verlaagd

'cut-throat (Zelfstandig naamwoord)

a murderer.
fierce; ruthless: “cut-throat business competition.”

a cut above

(obviously) better than: “He's a cut above the average engineer.”
een graadje hoger dan

cut and dried

fixed and definite: “cut-and-dried opinions.”

cut back


cut both ways

to affect both parts of a question, both people involved, good and bad points etc: “That argument cuts both ways!”
aan twee kanten snijden

cut a dash

to have a smart or striking appearance: “He cuts a dash in his purple suit.”
grote indruk maken

cut down

1 to cause to fall by cutting: “He has cut down the apple tree.”

2 to reduce (an amount taken etc): “I haven't given up smoking but I'm cutting down.”

cut in

to interrupt: “She cut in with a remark.”
tussenbeide komen

cut it fine

to allow barely enough time, money etc for something that must be done.
iets op het nippertje doen

cut no ice

to have no effect: “This sort of flattery cuts no ice with me.”
geen effect hebben

cut off

1 to interrupt or break a telephone connection: “I was cut off in the middle of the telephone call.”

2 to separate: “They were cut off from the rest of the army.”
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to cut steken (ww.) ; prikken (ww.) ; steken geven (ww.) ; aanvoeren (ww.) ; opperen (ww.) ; aankaarten (ww.) ; opwerpen (ww.) ; aansnijden (ww.) ; ter sprake brengen (ww.) ; entameren (ww.) ; te berde brengen (ww.) ; op tafel leggen (ww.) ; afsnijden (ww.) ; doorhakken (ww.) ; kloven (ww.) ; klieven (ww.) ; doorklieven (ww.) ; doormidden hakken (ww.) ; doorhouwen (ww.) ; in tweeën houwen (ww.) ; korten (ww.) ; kort knippen (ww.) ; kort maken (ww.) ; in stukken snijden (ww.) ; kappen (ww.) ; coifferen (ww.) ; doorknippen (ww.) ; kerven (ww.) ; in hout schrijven (ww.) ; snijwerk maken (ww.) ; een knippend geluid maken (ww.) ; snerpen (ww.) ; houtsnijden (ww.) ; maaien (ww.) ; stansen (ww.) ; knippen (ww.) ; snijden (ww.) ; verlagen (ww.) ; zagen (ww.) ; afkappen (ww.)
the cutde korting (v) ; de reductie (v) ; de prijsverlaging (v) ; de besparing (v) ; de bezuiniging (v) ; de kostenbesparing (v) ; de verkorting (v) ; de inkrimping (v) ; de bekorting (v) ; de besnoeiing (v) ; de rits ; de keep (m) ; de inkeping (v) ; de kerf (m) ; de inkerving (v) ; de snee (v) ; de snede ; de jaap (m) ; de insnijding (v) ; de ontering (v) ; de snit ; de coupure ; het sneetje
cut prijsvermindering ; de snoeiing (v) ; snijwond ; gekuist ; zedig gemaakt ; gesneden ; snijwondje ; frezen ; lngraving ; ontgraving ; snede van een baggerwerktuig ; uitgegraven grond ; uitgraving ; cut ; sprongovergang ; weglaten ; uitsnijding ; uitspanning ; verlaging ; snede ; tappen van schroefdraad ; knip ; besnoeien ; coupure ; doorsteek ; afgraving ; snit ; stuk ; zichten ; vormen ; vormgeven ; hakken ; houwen ; cliché ; sierslijpsel ; negatief ; afbreken ; uitschakelen ; uitzetten ; fatsoeneren ; slijpen ; scheren ; snoeien ; inkeping in de zin van insnijding ; snee ; hakken in de zin van een inkeping maken ; opsnijden van schroefdraad ; deel ; v-dal ; groefbreedte ; snijbreedte ; snijden ; snijdend bewerken ; snijden van schroefdraad ; afgesneden ; insnijding ; lek ; inbraak ; inbraakgat ; knippen ; deelstuk ; plano doos
Bronnen: interglot; Horecagids; Wakefield genealogy pages; Vlietstra; KDE opensourcesoftware; Autowoordenboek; TU-Delft-Hydraulic-Engineering-Glossary; Download IATE, European Union, 2017.; Computers

Voorbeeldzinnen met `cut`
Voorbeeldzinnen laden....

EN: abrasion
EN: gash
EN: graze
EN: injury
EN: laceration
EN: notch
EN: opening
EN: rip
EN: score
EN: scratch

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: a cut above you NL: een graadje hoger dan jij
EN: a shilling for a cut NL: knippen 1 shilling
EN: of same cut NL: van het zelfde soort
EN: draw cuts NL: strootje trekken
EN: give one the cut NL: negeren
EN: short cut NL: kortere binnenweg
EN: I don't like the cut of your jib NL: dat gezicht van jou staat me niet aan
EN: cut the engine NL: de motor afzetten
EN: cut a poor figure NL: een armzalig figuur slaan

Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`
Download de Android App
Download de IOS App