Vertaal
Vertalingen confront EN>NL

1 to bring face to face with: “He was confronted with the evidence of his crime.”
confronteren

2 to face in a hostile manner; to oppose: “They confronted the enemy at dawn.”
confronteren

'confron'tation (Zelfstandig naamwoord)

confrontatie
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to confront confronteren (ww.) ; vergelijken (ww.) ; bij elkaar houden (ww.) ; compareren (ww.) ; tegenover elkaar stellen (ww.)
confront aanraking ; het hoofd bieden ; bezwaar hebben tegen ; standhouden ; weerstaan ; zich verzetten ; niet toegeven ; niet wijken ; pal staan

Bronnen: MWB interglot Wakefield genealogy pages
Synoniemen
EN: brave
EN: defy
EN: encounter
EN: face
EN: face up to
EN: meet
EN: play
EN: take on








Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`