Vertaal
Naar andere talen: • coach > DEcoach > EScoach > FR
Definities in het Engels: Coach (26x)
Vertalingen coach EN>NL

1 a railway carriage: “The last two coaches of the train were derailed.”
wagon

2 a bus for tourists etc.
autobus

3 a trainer in athletics, sport etc: “the tennis coach.”
trainer

4 a private teacher: “They employed a coach to help their son with his mathematics.”
priva a-leraar

5 a four-wheeled horsedrawn vehicle.
diligence
to prepare (a person) for an examination, contest etc: “He coached his friend for the Latin exam.”
voorbereiden

'coachbuilder (Zelfstandig naamwoord)

a person or business concerned with building the bodies for modern vehicles.
koetswerkbouwer

'coachman (Zelfstandig naamwoord)

the driver of a horsedrawn carriage.
koetsier
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to coach bus (ww.) ; autobus (ww.) ; touringcar (ww.) ; koets (ww.) ; rijtuig (ww.) ; bijleren (ww.) ; coach (ww.) ; oefenmeester (ww.) ; omnibus (ww.) ; spoorrijtuig (ww.) ; reiswagen (ww.) ; inwerken (ww.) ; karos (ww.) ; toerauto (ww.)
coach koets ; personenrijtuig ; onderwijzen ; opvoeden ; equipage ; kales ; coachen ; trainen ; spoorwagen ; wagon ; reisbus ; personenauto met twee portieren ; toerbus
Bronnen: interglot; Vlietstra; Download IATE, European Union, 2017.; Wakefield genealogy pages; Autowoordenboek

Voorbeeldzinnen met `coach`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: guide
EN: instructor
EN: teacher
EN: handler
EN: manager
EN: trainer
EN: sightseeing coach

Alternatieve spelling of gebruik
Let op; `coach` wordt wel in US-Engels gebruikt maar niet of zelden in UK-Engels.
In UK-Engels gebruikt men `economy class`
In US-Engels gebruikt men `coach / coach class`
Uitdrukkingen en gezegdes
EN: old coaching days NL: dagen van de diligence

Download de Android App
Download de IOS App