Vertaal
Vertalingen bulge EN>NL
a swelling: “the bulge of her hips.”
uitstulping
to swell out: “His muscles bulged.”
opzwellen
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to bulge uitpuilen (ww.) ; zwellen (ww.) ; opzwellen (ww.) ; uitzakken (ww.) ; gaan hangen (ww.) ; puilen (ww.) ; bol staan (ww.) ; uitstaan (ww.) ; uitstulpen (ww.)
the bulgede hobbel (m) ; de verzakking (v) ; de uitzakking (v) ; de bult (m)
bulge (bijv.naamw.) bol (bijv.naamw.) ; bolstaand (bijv.naamw.)
bulge bollen in de zin van bol gaan staan ; bolling ; uitstulping ; bobbel

Bronnen: interglot Vlietstra Autowoordenboek MWB
Synoniemen
EN: abscess
EN: blister
EN: boil
EN: bump
EN: bunion
EN: distension
EN: engorgement
EN: enlargement
EN: growth
EN: inflammation








Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`