Vertaal
Naar andere talen: • brand > DEbrand > ESbrand > FR
Definities in het Engels: brand (37x)
Vertalingen brand EN>NL

1 a maker's name or trademark: “a new brand”
merk; merk-

2 a variety: “He has his own brand of humour.”
soort

3 a mark on cattle etc to show who owns them, made with a hot iron.
brandmerk

1 to mark cattle etc with a hot iron.
brandmerken

2 to make a permanent impression on: “His name is branded on my memory.”
griffen

3 to attach (permanent) disgrace to: “branded for life as a thief.”
gebrandmerkt

ˌbrand-'new (Bijvoeglijk naamwoord)

completely new: “a brand-new dress.”
gloednieuw
© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
to brand merk (ww.) ; merknaam (ww.) ; merken (ww.) ; aankruisen (ww.) ; branden (ww.) ; markeren (ww.) ; brandmerken (ww.) ; inbranden (ww.) ; van stigma's voorzien (ww.) ; wondteken van Christus (ww.) ; handelsnaam (ww.) ; handelsmerk (ww.) ; warenmerk (ww.) ; fabrieksmerk (ww.) ; zwaard wapenkunde (ww.)
the brandhet stigma ; het brandmerk
brand kwaliteitsmerk ; kwaliteitsmerkteken ; brandmerk ; handelsmerk ; fabrikaat ; angioma simplex ; wijnvlek ; brandijzer ; brandmerkijzer
Bronnen: interglot; Wakefield genealogy pages; Download IATE, European Union, 2017.; Vlietstra

Voorbeeldzinnen met `brand`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: brand name
EN: denounce
EN: deride
EN: heap scorn on
EN: humiliate
EN: make
EN: mark
EN: marque
EN: name
EN: pour scorn on

Uitdrukkingen en gezegdes
EN: brand upon one's memory NL: in het geheugen griffen

Download de Android App
Download de IOS App