|
|
Vertaling van trennen, DE>NL
trennen ww.delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadselen, uitvezelen, scheiden, loskoppelen, uitsplitsen, uit elkaar halen, uiteengaan, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, afscheiden, afzonderen, afsplitsen, separeren, uiteenhalen, uit elkaar gaan, van elkaar gaan, opheffen, beëindigen, afbreken, ontbinden, verbreken, forceren, verbrijzelen, stukmaken, isoleren, uiteenvallen, uit elkaar vallen, desintegreren, uit de war halenSynoniemen Toon alle 67 | Verberg NL: splitten (de ~)NL: afkoppelen (ww.)NL: afhaken (ww.), ontkoppeling (de ~ (v)), afkoppeling (znw.), loskopp...NL: gepor (znw.)NL: uitzoeken (ww.), selecteren (ww.)NL: aanbreken van de dag (ww.)NL: annuleren (ww.), afbestellen (ww.), demontage (de ~ (v)), ontmantel...NL: openmaken (ww.), opendoen (ww.)NL: opheffen (ww.), beëindigen (ww.), opheffing (de ~ (v)), afkrijgen ...NL: afsnijden (ww.)NL: uiteengaan (ww.)NL: ontbinden (ww.), uiteen halen (znw.)NL: opvragen (ww.), opvraging (znw.), afsnijden (ww.), afknippen (ww.),...NL: zevental (het ~)NL: ontrafelen, uit elkaar halen, ontwarren, uit de war halenNL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, scheiden, loskoppelen, uitspl...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, ontcijfer...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, ontcijfer...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uitzoeken...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uithalen,...NL: verdelen, uitdelen, uitreiken, ronddelen, rondgeven, rondreiken, op...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uitleggen...NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...NL: scheiden, splitsen, uit elkaar halen, uiteenhalen, opheffen, beëin...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: kiezen, uitzoeken, selecteren, uitkiezen, schiften, uitpikken, zift...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: kiezen, uitzoeken, selecteren, uitkiezen, schiften, uitpikken, zift...NL: onderzoeken, naspeuren, nasporen, vorsen, proberen, uitproberen, be...NL: onderzoeken, speuren, vorsen, inschrijven, kadastreren, uitzoeken, ...NL: hopen, accumuleren, opeenhopen, verzamelen, sparen, vergaren, oppot...NL: onderzoeken, speuren, vorsen, uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, on...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: opheffen, beëindigen, afbreken, ontbinden, verbreken, forceren, ve...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, opheffen, be...NL: laten, toelaten, permitteren, loslaten, bevrijden, losmaken, vrijla...NL: stoppen, afsluiten, eindigen, beëindigen, ophouden, een einde make...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, uithalen, losmaken, uittrekken, ...NL: aankomen, eindigen, finishen, stoppen, afsluiten, beëindigen, opho...NL: laten, toelaten, permitteren, bevallen, voortbrengen, baren, ter we...NL: breken, sneuvelen, kapot gaan, stuk gaan, stukbreken, aan stukken b...NL: scheiden, splitsen, loskoppelen, uitsplitsen, uit elkaar halen, uit...NL: breken, sneuvelen, kapot gaan, stuk gaan, stukbreken, aan stukken b...NL: scheiden, uit elkaar gaan, uiteengaan, van elkaar gaan, uiteendrijv...NL: scheiden, uit elkaar gaan, uiteengaan, van elkaar gaan, uiteenvlieg...NL: scheiden, splitsen, afscheiden, afzonderen, afsplitsen, separeren, ...NL: scheiden, uit elkaar gaan, uiteengaan, van elkaar gaan, uitmaken, a...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsenNL: scheiden, splitsen, afscheiden, afzonderen, afsplitsen, separeren, ...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, uitzoeken, sorteren, ordenen,...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, uiteenvallen, uit elkaar vall...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, onderverdelenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, open krijgenNL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, sche...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, sche...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerkenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, ophangen, op...NL: uiteenvallen, uit elkaar vallen, desintegrerenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, loshakenNL: uiteenvallen, uit elkaar vallen, desintegreren, openvallenNL: uiteenvallen, uit elkaar vallen, desintegreren, doorhakken, kloven,...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), bouwvallig worden, teruggaan, instort...NL: sluiten, toedoen, dichtdoen, dichtmaken, toetrekken, afscheiden, is... Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: sich trennen
NL: scheiden, uiteengaan Automatisering DE: Trennen, Abschalten, Trennung, Abschaltung NL: beindingsprocedure DE: Trennen NL: scheiding Definitie Duits: eine von einer (N)-Instanz ausgeführte Funktion, welche mehrere (N)-Protokoll-Dateneinheiten in einer einzigen (N-1)-Dienst-Dateneinheit erkennt. Es ist die umgekehrte Funktion zu VerkettenDefinitie Nederlands: functie, uitgevoerd door een (N)-entiteit, die meerdere (N)-protocol-data-units die zijn samengevoegd in één (N-1)-service-data-unit identificeert Elektrotechniek DE: trennen NL: scheiden Management DE: trennen NL: isoleren DE: absondern NL: uitschakelen DE: isolieren NL: dichten DE: isoleren NL: afzetten Definitie Duits: Medizin: Absonderung eines Schwerkranken-zu seiner eigenen Sicherheit-von anderen Patienten; Absonderung eines Patienten mit einer ansteckenden Krankheit im Interesse der Sicherheit der anderen Patienten; Elektrotechnik: Vollständige Abschaltung der Stromzufuhr, normalerweise aus Gründen der Sicherheit; Gefahrenabwehr: Unterbinden des Austritts von Flüssigkeit, Gas, schädlichen Stoffen am Leck vor Entfernen der Anlage bzw. des TanksDefinitie Nederlands: 1)Geneeskunst: een ernstig zieke om diens eigen welzijn of dat van andere zieken (indien de ziekte besmettelijk is) afzonderen; 2)Elektriciteit: het energiecircuit geheel uitschakelen, doorgaans om veiligheidsredenen; 3)Beveiliging: een lekkage van vloeistof, gas of andere stof dichten; 4)Een gevaarlijk terrein afzetten
| |