|
|
Vertaling van tragen, DE>NL
tragen ww.dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden, verduren, uitzingen, aan hebben, verteren, doorleven, torsen, gebukt gaan onder, sjouwen, zeulen, tempo makenSynoniemen Toon alle 45 | Verberg NL: verstrekken (ww.), verdelen (ww.), uitreiken (ww.), distribueren (w...NL: voelen (ww.), ervaren, beleven (ww.), ondervinden (ww.), gewaarword...NL: rennen (ww.), hardlopen (ww.), hollen (ww.), snellen (ww.), zich sn...NL: springen (ww.), afspringen (ww.), naar beneden springen (ww.), gesp...NL: lopen (ww.), geloop (het ~), rennen (ww.), hardlopen (ww.), hollen ...NL: gesproei (znw.), gespui (znw.)NL: tikkertje (het ~), krijgertje (het ~)NL: slepen (ww.), wegslepen (ww.)NL: klacht (de ~), bezwaar (het ~), grief (de ~), het klagen (znw.), zi...NL: beleving (de ~ (v)), belevenis (de ~ (v))NL: aanhouden (ww.), volharding (de ~ (v)), vasthoudendheid (de ~ (v)),...NL: afname (de ~), val (de ~ (m)), daling (de ~ (v)), minder worden (ww...NL: uitgeven (ww.), publiceren (ww.)NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: rennen, hardlopen, tempo makenNL: vliegen, opschieten, jagen, ijlen, snellen, zich haasten, reppen, j...NL: rennen, hardlopen, tempo maken, galopperenNL: rennen, hardlopen, racen, hollen, sprinten, pezen, draven, hard ren...NL: rennen, hardlopen, springen, ontploffen, uit elkaar spatten, uit el...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, snappen, bet...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, rennen, hardlopen, druppel...NL: rennen, hardlopen, steken, prikken, steken geven, spuiten, met spui...NL: sjouwen, torsen, zeulenNL: tempo maken, uitroepen, brullen, uitschreeuwen, het uitgillen, afve...NL: torsen, gebukt gaan onder, sjouwen, zeulen, sleuren, slepen, meesle...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, vernietigen, a...NL: maken, scheppen, in het leven roepen, ontwerpen, openbaren, zich ui...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorlevenNL: eten, gebruiken, nuttigen, opeten, consumeren, verorberen, tot zich...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, verslinden, ve...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, ondergaan, zin...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, opmaken, verbr...NL: laten, toelaten, permitteren, lijden, verdragen, doorstaan, vertere...NL: laten, toelaten, permitteren, verdragen, doorstaan, verteren, verdu...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, slagen voorNL: voelen, ervaren (bijv.nw. / bijw.), beleven, ondervinden, gewaarwor...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, aanhouden, voo...NL: eten, nuttigen, opeten, consumeren, vreten, schrokken, tegoed doen,...NL: afnemen, stelen, wegnemen, plunderen, ontnemen, pikken, toeëigenen...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, verdragen, doors...NL: dragen, aan hebben Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: die Nase hoch tragen
NL: de neus in de wind stekenDE: Bedenken tragen
NL: bezwaren hebbenDE: Verlangen nach etwas , einem tragen
NL: naar iets, iemand verlangenDE: einer Sache Rechnung tragen
NL: rekening houden met ietsDE: den Angriff vorwärts tragen
NL: de aanval verder naar voren verplaatsenDE: der Sturm trug ihn über Bord
NL: de storm sloeg hem overboordDE: aus der Kurve tragen
NL: uit de bocht doen vliegenDE: das Mädchen trägt sich nach der neusten Mode
NL: het meisje gaat naar de laatste mode gekleedDE: sich mit Gedanken tragen
NL: met gedachten rondlopenDE: sich mit Plänen tragen
NL: plannen koesterenDE: ge tragen
NL: ook: gedragen, plechtig
| |