|
|
Vertaling van gehen, DE>NL
Gehen das ~vertrekken (ww.), weggaan (ww.)Gehen ww.gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, zich begeven, uitgaan, de hort op gaan, opstaan, rijzen, gaan staan, omhoogrijzen, functioneren, banjeren, obsederenSynoniemen Toon alle 69 | Verberg NL: gaan (ww.), vertrekken (ww.), weggaan (ww.), opstappen (ww.), heeng...NL: obsederen (ww.), boeien (ww.), intrigeren (ww.), fascineren (ww.), ...NL: vertrekken (ww.), weggaan (ww.), verlaten (bijv.nw. / bijw.)NL: omhoog komen (ww.)NL: leven (ww.), drukte (de ~ (v)), lawaai (het ~), opschudding (de ~ (...NL: stijgen (ww.), stijging (de ~ (v)), klimmen (ww.), opstijgen (ww.),...NL: lopen (ww.), geloop (het ~), rennen (ww.), hardlopen (ww.), hollen ...NL: wandeling (de ~ (v)), uitje (het ~), wandeltocht (de ~ (m)), omloop...NL: geflaneer (znw.)NL: smeden (de ~)NL: ingreep (de ~ (m)), tussenkomst (de ~ (v)), interventie (de ~ (v)),...NL: greep (de ~ (m)), vastpakken (ww.), beetnemen (ww.), beetpakken (ww.)NL: tikkertje (het ~), krijgertje (het ~)NL: gevangenneming (de ~ (v))NL: samenzweren (ww.), komplotterenNL: werken (ww.), functioneren (ww.)NL: handelen (ww.), ageren (ww.)NL: gevolg (het ~), teweegbrengen (ww.), teweegbrenging (znw.)NL: stijgen (ww.), stijging (de ~ (v)), klimmen (ww.), opstijgen (ww.),...NL: geslenter (znw.), gekuier (znw.), gedrentel (het ~), geflaneer (znw.)NL: leest (de ~)NL: vertrekken, verlaten (bijv.nw. / bijw.), heengaan, doorgaan, aanhou...NL: opstaan, rijzen, gaan staan, omhoogrijzen, oprijzenNL: opstaan, rijzen, gaan staan, omhoogrijzenNL: opstaan, rijzen, gaan staan, omhoogrijzen, verheffen, omhoogkomenNL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, uithalen, losmak...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegenNL: opstaan, rijzen, gaan staan, omhoogrijzen, kloppen, tikken, aantikk...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, rennen, hardlopen, druppel...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, uitgaan, de hort op gaan, ...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, uitgaan, de hort op gaan, ...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, wandelen, slenteren, kuier...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, betreden, bewandelen, belo...NL: gaan, lopen, stappen, zich voortbewegen, wandelen, slenteren, kuier...NL: gaan, zich begevenNL: obsederenNL: obsederen, strelen, aaienNL: vangen, buitmaken, obsederenNL: veroveren, obsederen, heroverenNL: nemen, pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, aanpa...NL: verkrijgen, verwerven, pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, ve...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, obsederen, n...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, obsederen, i...NL: vangen, buitmaken, obsederen, woelen, wurmen, wroeten, snuffelen, g...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, aanhouden, o...NL: vastleggen, vastketenen, vastkluisteren, aanhouden, oppakken, arres...NL: obsederen, boeien, intrigeren, fascinerenNL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, inpakken, ve...NL: obsederen, opspelen, opspelen kaartspel, uitspelen, uithangen, naar...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, snappen, bet...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, verrassen, i...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, aanpakken, v...NL: verkrijgen, te pakken krijgen, iets bemachtigen, begrijpen, inzien,...NL: verkrijgen, te pakken krijgen, iets bemachtigen, vangen, grijpen, v...NL: toevoegen, bijvoegen, bijsluiten, insluiten, nemen, pakken, verkrij...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, vasthouden, ...NL: obsederen, hakken, kappen, vellen, omhakken, houwen, bomen kappen, ...NL: maken, scheppen, in het leven roepen, produceren, vervaardigen, voo...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, gebruiken, toepa...NL: werken, leven, optreden, handelen, opereren, manipuleren, te werk g...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, functioneren, pr...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, maken, scheppen,...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, dingen, afdingen...NL: functioneren, presteren, een prestatie leveren, schuiven, voortschu...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, maken, scheppen,...NL: uitgaan, stappen, de hort op gaanNL: banjerenNL: uitgaan, stappen, de hort op gaan, opstijgen, omhoogkomen, opvliege...NL: lopen, wandelen, slenteren, kuieren, rondslenteren, banjeren, flane... Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: diese Bemerkung geht auf dich
NL: deze opmerking slaat op jouDE: jetzt geht's los
NL: nu begint hetDE: es geht sich hier ganz gut
NL: je kunt hier heel goed lopenDE: mein Vorschlag geht dahin, daß...
NL: mijn voorstel komt hierop neer, dat...DE: es geht auf Mitternacht
NL: het loopt tegen middernachtDE: vor sich gehen
NL: gebeuren, plaats hebben
| |