|
|
Vertaling van fallen, DE>NL
Fallen das ~vallen (ww.), tuimelen (ww.), afname (de ~), daling (de ~ (v)), minder worden (ww.), terugloop (de ~ (m)), terechtkomen (ww.), landing (de ~ (v))Fallen ww.vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, vervallen (bijv.nw. / bijw.), aftakelen, afzakken, afglijden, wegglijden, wegzinken, inzinken, ondergaan, onder water gaan, opruimen, afdekken, afruimen, kelderen, slippen, uitglijden, uitschuiven, uitschieten, wegschieten, uitglibberen, duikelen, buitelen, onweren, donderenSynoniemen Toon alle 111 | Verberg NL: zakken (ww.), kelderen (ww.), zinkenNL: aannemen (ww.), aantrekken (ww.), inhuren (ww.), in dienst nemen (w...NL: uitglijden (ww.), onderuitgaan (ww.)NL: terugvallen (ww.), inzakken (ww.), kelderen (ww.), sterk in waarde ...NL: wegzinken (ww.), inzinken (ww.), terugvallen (ww.), inzakken (ww.),...NL: krimp (de ~ (m)), krimping (de ~ (v))NL: struikeling (de ~ (v)), strompeling (znw.)NL: neervallen (ww.), instorting (de ~ (v))NL: smakkend eten (ww.)NL: rommeling (de ~ (v))NL: klappen (ww.), knallen (ww.), smakken (ww.)NL: onweer (het ~), donderbui (de ~), onweren (ww.), donderen (ww.)NL: knor (de ~ (m))NL: geschal (het ~), geschetter (het ~), schetterend geluid (znw.), get...NL: glinstering (de ~ (v)), fonkeling (de ~ (v)), gefonkel (znw.)NL: gestuif (znw.), suizing (de ~ (v)), gesuis (het ~)NL: stellen (ww.), poneren (ww.), zetten (ww.), zetwerk (het ~), zetsel...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), verstrijken (ww.)NL: dekken (ww.), dakdekken (znw.)NL: aftrekken (ww.), distilleren (ww.)NL: verwijderen (ww.), wegnemen (ww.), afnemen (ww.), afstoffen (ww.), ...NL: beschermen (ww.), afdekken (ww.), afschermen (ww.), afschutten (ww....NL: beschermen (ww.), afdekken (ww.), afschermen (ww.)NL: huren (ww.), inhuren (ww.), in dienst nemen (ww.)NL: afnemen (ww.), achteruitgaan (ww.), verminderen in kracht (znw.)NL: verslapping (de ~ (v)), verflauwing (de ~ (v))NL: degraderen (ww.)NL: afbouwen (znw.)NL: afname (de ~), val (de ~ (m)), daling (de ~ (v)), minder worden (ww...NL: dikke neus (znw.), grote neus (znw.), kokkerd (de ~ (m))NL: schommels (de ~)NL: kopen (ww.), afname (de ~), aankoop (de ~ (m)), acquisitie (de ~ (v...NL: afname (de ~), val (de ~ (m)), daling (de ~ (v)), minder worden (ww...NL: afname (de ~), val (de ~ (m)), daling (de ~ (v)), minder worden (ww...NL: slippen, uitglijden, uitschuiven, uitschieten, wegschieten, onderui...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), aftakelen, afzakken, afglijden, weggl...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, slippen, uit...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), aftakelen, afzakken, afglijden, weggl...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), aftakelen, afzakken, afglijden, weggl...NL: vallen, teruglopen, inzakken, sterk afnemen, vervallen (bijv.nw. / ...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), aftakelen, afzakken, afglijden, weggl...NL: afnemen, verminderen, beperken, verlagen, krimpen, verkorten, reduc...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, strompelen, ...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, flikkeren, k...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, duikelen, bu...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, vliegen, per...NL: slobberen, opslobberen, smakkend eten, onweren, donderenNL: onweren, donderenNL: onweren, donderen, wrok voelen tegenNL: slijmen, slijm opgeven, kwijlen, zeveren, onweren, donderenNL: schieten, vuren, afvuren, afschieten, schoten lossen, knallen, onwe...NL: razen, tieren, tekeergaan, fulmineren, te keer gaan, kwaad zijn, sc...NL: knallen, razen, tieren, tekeergaan, fulmineren, woeden, uitroepen, ...NL: beledigen, schelden, uitschelden, uitjouwen, uitmaken voor, fulmine...NL: klagen, mopperen, brommen, kankeren, pruttelen, morren, over iets m...NL: golven, deinen, knallen, neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden we...NL: oplichten, flitsen, bliksemen, weerlichten, glimmen, glinsteren, fo...NL: golven, deinen, glippen, wegglippen, floepen, schommelen, slingeren...NL: ondergaan, zinken (bijv.nw. / bijw.), onder water gaan, uitzakken, ...NL: ondergaan, zinken (bijv.nw. / bijw.), onder water gaan, zakken, kel...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, ondergaan, zin...NL: ondergaan, zinken (bijv.nw. / bijw.), onder water gaan, zakken, kel...NL: vallen, sterven, overlijden, doodgaan, wegvallen, omkomen, heengaan...NL: verminderen, verlagen, reduceren, afprijzen, ondergaan, zinken (bij...NL: ondergaan, zinken (bijv.nw. / bijw.), onder water gaan, zakken, kel...NL: varen, zeilen, zakken, kelderen, stevenenNL: zakken, kelderenNL: zakken, kelderen, afdalen, naarbeneden glijden, eraf glijden, naar ...NL: zakken, kelderen, druppelen, druipen, sijpelen, droppen, afdruipen,...NL: sterven, overlijden, doodgaan, heengaan, verscheiden (bijv.nw. / bi...NL: zakken, kelderen, wegzakken, indommelen, indutten, insluimerenNL: zakken, kelderen, ruisen, suizen, suizelen, uitroepen, brullen, uit...NL: pakken, vangen, grijpen, vatten, klauwen, verstrikken, inpakken, ve...NL: zakken, kelderen, verzinken, galvaniserenNL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: vallen, flikkeren, kelderen, kiepen, tuimelen, kieperen, duikelen, ...NL: vallen, flikkeren, kelderen, kiepen, tuimelen, kieperen, duikelen, ...NL: duikelen, buitelenNL: vallen, flikkeren, kelderen, kiepen, tuimelen, kieperen, duikelen, ...NL: vallen, flikkeren, kelderen, kiepen, tuimelen, kieperen, variëren,...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), vergaan, verkommeren, bouwvallig word...NL: leveren, lappen, flikken, iemand iets flikken, opruimen, afdekken, ...NL: opruimen, afdekken, afruimen, opluchten, vermurwenNL: opruimen, afdekken, afruimenNL: verlossen, ontzetten, bevrijden van belegeraars, opruimen, afdekken...NL: opruimen, afdekken, afruimen, stelen, gappen, snaaien, wegpikken, w...NL: opruimen, afdekken, afruimen, egaliseren, gelijkmaken, effenen, gla...NL: kloppen, overeenstemmen, congruent zijn, opruimen, afdekken, afruimenNL: opruimen, afdekken, afruimen, bergen, uitverkopenNL: opruimen, afdekken, afruimen, klussen, klusje opknappen, verhelpenNL: verwijderen, afnemen, verplaatsen, wegnemen, weghalen, wegwerken, l...NL: inhouden, verrekenen, aftrekken, afhouden, in mindering brengen, ge...NL: opruimen, afdekken, afruimen, opklaren, wolken verdwijnenNL: vallen, teruglopen, inzakken, sterk afnemen, meenemen, ophalen, afh...NL: opruimen, afdekken, afruimen, dimmen, blinderenNL: behouden, beschermen, behoeden, in bescherming nemen, opruimen, afd...NL: afnemen, verminderen, verkleinen, krimpen, inkrimpen, slinken, mind...NL: afhalen, villen, stropen, uitbenen, afstropen, opruimen, afdekken, ...NL: meenemen, ophalen, afnemen, afhalen, wegnemen, weghalen, afleiden, ...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, samengaan, fuser...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declinerenNL: meenemen, ophalen, afnemen, afhalen, wegnemen, weghalen, stelen, pl...NL: afnemen, verminderen, vervallen (bijv.nw. / bijw.), dalen, teruggaa...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, sparen, op bankr...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, inkorten, verkor...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, verzwakken, afta...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, besparen, bezuin...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, uitbuiten, explo...NL: meenemen, ophalen, afnemen, afhalen, wegnemen, weghalen, achteruitg...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, omlaagbrengen, d...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, verdragen, doors... Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: aus allen Wolken fallen
NL: verbaasd zijnDE: ins Gewicht fallen
NL: gewicht in de schaal leggenDE: ins Wort fallen
NL: in de rede vallen
Automatisering DE: Fallen NL: trap Definitie Duits: Wenn Benutzer Programme nach Fehlern durchsuchen (Wortbloecke von einem Speicherplatz zu einem anderen bewegen),koennen sie Fallen in den Objekt-Code einbauen, bei denen die Ausfuehrung des Programmes angehalten wird und die Steuerung wieder an das Fehlersuchprogramm zurueckgebracht wird.Definitie Nederlands: het een voor een uitvoeren van programmaopdrachten, met het doel programmafouten op te sporen In de praktijk: DE: Fallen, Einfallen, Neigung NL: helling Definitie Nederlands: Direzione d'immersione di una superficie di strato, di faglia, etc. è il punto cardinale verso il quale la superficie inclina verso il basso, o "immerge". Le superfici orizzontali non possiedono immersione. Si misura in gradi di inclinazione rispetto all'orizzontale (non rispetto al pendio della superficie topografica).DE: Fallen NL: vallen Techniek en Industrie DE: Fallen, Inklination, Neigung, Neigungswinkel, Einfallen NL: helling, hellingshoek op de horizontaal, inclinatiehoek, helling op de horizontaal
| |