|
|
Vertaling van bestehen, DE>NL
bestehen ww.verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, slagen voorSynoniemen Toon alle 35 | Verberg NL: verstrekken (ww.), verdelen (ww.), uitreiken (ww.), distribueren (w...NL: voelen (ww.), ervaren, beleven (ww.), ondervinden (ww.), gewaarword...NL: succes (het ~), welslagen (het ~), voorspoedigheid (znw.), lukken (...NL: komen (znw.), aankomen (ww.), arriveren (ww.)NL: klacht (de ~), bezwaar (het ~), grief (de ~), het klagen (znw.), zi...NL: beleving (de ~ (v)), belevenis (de ~ (v))NL: aanhouden (ww.), volharding (de ~ (v)), vasthoudendheid (de ~ (v)),...NL: afname (de ~), val (de ~ (m)), daling (de ~ (v)), minder worden (ww...NL: uitgeven (ww.), publiceren (ww.)NL: slagen voorNL: landen, terechtkomen, neerkomen, op de grond komen, slagen voor, op...NL: maken, produceren, vervaardigen, voortbrengen, fabriceren, leveren,...NL: belanden, terechtkomen, geraken, verzeilen, terecht komen, slagen voorNL: sturen, verzenden, opsturen, posten, toezenden, wegsturen, wegzende...NL: aankomen, arriveren, raken, treffen, terechtkomen, landen, neerkome...NL: bewerkstelligen, voor elkaar krijgen, bedingen, lappen, klaarspelen...NL: aankomen, arriveren, slagen voor, uithangen, naar buiten hangenNL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, vernietigen, a...NL: eten, gebruiken, nuttigen, opeten, consumeren, verorberen, tot zich...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, verslinden, ve...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorlevenNL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, opmaken, verbr...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, ondergaan, zin...NL: laten, toelaten, permitteren, lijden, verdragen, doorstaan, vertere...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: laten, toelaten, permitteren, verdragen, doorstaan, verteren, verdu...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,...NL: voelen, ervaren (bijv.nw. / bijw.), beleven, ondervinden, gewaarwor...NL: eten, nuttigen, opeten, consumeren, vreten, schrokken, tegoed doen,...NL: verdragen, doorstaan, verteren, verduren, doorleven, aanhouden, voo...NL: afnemen, stelen, wegnemen, plunderen, ontnemen, pikken, toeƫigenen...NL: afnemen, achteruitgaan, minder worden, declineren, verdragen, doors...NL: dragen, volhouden, verdragen, doorstaan, uithouden, harden, dulden,... Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: ein Examen bestehen
NL: een examen (met goed gevolg) afleggenDE: auf seinem Kopfe bestehen
NL: op zijn stuk blijven staan, niet toegeven | |