Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen


Vertaling van ausladen, DE>NL

Enter Shift+Enter
Ausladen das ~
lossen (ww.), uitladen (ww.), afladen (ww.), leegmaken (ww.)

Ausladen ww.
lossen, ontladen, afladen, iets uitladen, onttrekken, ontrukken, iem. afdwingen

Synoniemen
DE: Abtrennen (das ~)
NL: opvragen (ww.), opvraging (znw.), afsnijden (ww.), afknippen (ww.),...
DE: Abgeben (das ~)
NL: afgeven (ww.), afleveren (ww.), aflevering (de ~ (v)), overgeven (w...
DE: Ablassen (das ~)
NL: lozen (ww.), spuien (ww.), laten zakken (ww.), neerlaten (znw.)
DE: abladen (ww.)
NL: lossen, ontladen, afladen, iets uitladen
DE: entziehen (ww.)
NL: onttrekken, ontrukken, iem. afdwingen
DE: abtrennen (ww.)
NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...
DE: ablassen (ww.)
NL: ophouden, aflaten, lossen, uitladen
DE: abgeben (ww.)
NL: leveren, brengen, bezorgen, aanleveren, overhandigen, afleveren, to...




Ook in de database

ausladender Balken

Zojuist vertaald

DE>NL: ausladen
DE>NL: verfügung
DE>NL: geschäft
DE>NL: ausknobeln
DE>NL: ausholen
DE>NL: ausgleichen
DE>NL: auftreiben
DE>NL: ausfasern
DE>NL: auftreiben
DE>NL: ausbeuten
DE>NL: aufwand
DE>NL: auftrag
DE>NL: aufstellen
DE>NL: verreisen
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English