Vertaling van anrufen, DE>NLAnrufen das ~bellen (ww.), opbellen (ww.) Anrufen ww. bellen, opbellen, telefoontje plegen, iemand opbellen, telefoneren, door de telefoon praten, aanroepen, praaien, inroepen, inviteren Synoniemen DE: Anreden (das ~) NL: aanspreken (ww.), benaderen (ww.), spreken tot (znw.)DE: Ansprechen (das ~) NL: aanspreken (ww.), benaderen (ww.), spreken tot (znw.), aanroepen (w...DE: anreden (ww.) NL: aanroepen, praaien, iemand aanspreken, iemand adresseren, iemand to...DE: ansprechen (ww.) NL: bespreken, praten over, bepraten, doorspreken, bediscussiëren, doo...DE: einrufen (ww.) NL: aanroepen, inroepen, inviterenDE: telefonieren (ww.) NL: bellen, opbellen, telefoontje plegen, iemand opbellen, telefoneren,...DE: hereinrufen (ww.) NL: inroepenDE: herbeirufen (ww.) NL: dagen, voor het gerecht dagen, voor het gerecht roepen, voor het ge...Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: ein höheres Gericht anrufen
NL: in hoger beroep gaan Juridisch DE: anrufen, sich wenden anNL: beroep aantekenen bij een andere rechtbank Taal, communicatie en documentatie DE: anrufen, telefonierenNL: kiezen | Ook in de databaseanrufender Befehlanrufender Teilnehmer anrufendes Kommando Anrufendesignal Anrufendkategorie Zojuist vertaaldDE>NL: anrufenDE>NL: ausstellung DE>NL: anrichten DE>NL: ausstellung DE>NL: puffen DE>NL: anquälen DE>NL: annoncieren DE>NL: anmerkung DE>NL: anmelden DE>NL: anleihe DE>NL: anlage DE>NL: anhalten DE>NL: nachdem DE>NL: angebot |
|
| © Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English | ||