Vertaal

Vertalingen Uhr DE>NL

die Uhr

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [uːɐ]
Verbuigingen:  Uhr , Uhren

1) Gerät, das die Zeit misst - horloge , klok
Meine Uhr ist stehen geblieben. - Mijn horloge is stil blijven staan.
Die Uhr geht vor / nach. - De klok loop voor / achter.
Armbanduhr - polshorloge
Uhrzeiger - wijzer van horloge
uitdrukking jds innere Uhr

2) auf einer Uhr angezeigte Zeit - uur
vier Uhr zwanzig (4:20 Uhr) - vier uur twintig (4:20 uur)
Der Einbruch passierte gegen / um drei Uhr morgens. - De inbraak vond plaats tegen drie uur 's morgens.
uitdrukking Wie viel Uhr ist es / haben wir?
uitdrukking rund um die Uhr

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
die Uhrhet uur ; tijdsbestek van een uur (znw.) ; het horloge ; het polshorloge ; het klokje ; het zakuurwerk ; timer ; de klok
Uhr zoemer

Bronnen: interglot Wikipedia Engoi Woordenschatoefeningen training.bova
Synoniemen
DE: Abschnitt
DE: Armbanduhr
DE: Chronometer
DE: Kuckucksuhr
DE: Radiowecker
DE: Standuhr
DE: Stoppuhr
DE: Taschenuhr
DE: Wecker
DE: Zeitabschnitt

Uitdrukkingen en gezegdes
DE: es ist 3 Uhr NL: het is 3 uur