|
|
Vertaling van Schmettern, DE>NL
Schmettern das ~geschal (het ~), geschetter (het ~), schetterend geluid (znw.), getrompetter (het ~), geknal (het ~), trompetgeschal (het ~)Schmettern ww.golven, deinen, knallen, neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden werpen, galmen, weerklinken, echoën, naklinken, onweren, donderen, tetteren, schetteren, luidkeels iets verkondigen, hoorbaar zijnSynoniemen Toon alle 62 | Verberg DE: wogen (bijv.nw. bijw.) NL: golven (ww.), deinen (ww.), golvend, gegolfdNL: smakkend eten (ww.)NL: klappen (ww.), knallen (ww.), smakken (ww.)NL: rommeling (de ~ (v))NL: onweer (het ~), donderbui (de ~), onweren (ww.), donderen (ww.)NL: knor (de ~ (m))NL: glinstering (de ~ (v)), fonkeling (de ~ (v)), gefonkel (znw.)NL: vallen (ww.), tuimelen (ww.), afname (de ~), daling (de ~ (v)), min...NL: afmikken (znw.), iets ergens afmieteren (znw.)NL: droppen (ww.)NL: kraken (ww.)NL: luister (de ~ (m)), glans (de ~ (m)), schitteren (ww.), schijn (de ...NL: twijfel (de ~ (m)), twijfeling (de ~ (v)), wisseling (de ~ (v)), wa...NL: trompetgeschal (het ~), geschetter (het ~)NL: geschal (het ~), geschetter (het ~), schetterend geluid (znw.), get...NL: echo (de ~ (m)), weerklank (de ~ (m)), weergalm (de ~ (m)), geluids...NL: hallen (de ~)NL: schrokken (ww.), lussen (de ~)NL: schommels (de ~)NL: golf (de ~), golfbeweging (de ~ (v)), undulatie (znw.), golving (de...NL: slijmen, slijm opgeven, kwijlen, zeveren, onweren, donderenNL: onweren, donderenNL: onweren, donderen, wrok voelen tegenNL: slobberen, opslobberen, smakkend eten, onweren, donderenNL: schieten, vuren, afvuren, afschieten, schoten lossen, knallen, onwe...NL: razen, tieren, tekeergaan, fulmineren, te keer gaan, kwaad zijn, sc...NL: knallen, razen, tieren, tekeergaan, fulmineren, woeden, uitroepen, ...NL: klagen, mopperen, brommen, kankeren, pruttelen, morren, over iets m...NL: beledigen, schelden, uitschelden, uitjouwen, uitmaken voor, fulmine...NL: golven, deinen, glippen, wegglippen, floepen, schommelen, slingeren...NL: oplichten, flitsen, bliksemen, weerlichten, glimmen, glinsteren, fo...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, afnemen, ach...NL: herhalen, napraten, nabouwen, nazeggen, echoën, weerkaatsen, galme...NL: galmen, weerklinken, echoën, naklinkenNL: herhalen, napraten, nabouwen, nazeggen, echoën, stuiten, reflecter...NL: stuiten, reflecteren, weerkaatsen, terugkaatsen, echoën, terugstot...NL: galmen, weerklinken, echoën, naklinken, schallen, weerschallen, ho...NL: lachen, schateren, herhalen, napraten, nabouwen, nazeggen, echoën,...NL: neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden werpenNL: neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden werpen, omlaagwerpen, eraf ...NL: opleveren, opbrengen, afzetten, droppen, ergens loslaten, afwerpen,...NL: knallenNL: knallen, denderen, dreunen, daverenNL: neuken, vozen, geslachtsgemeenschap hebben, vrijen, paren, sexuele ...NL: schijnen, stralen, sprankelen, flikkeren, glanzen, fonkelen, twinke...NL: golven, deinenNL: golven, deinen, zwaaien, wuiven, schommelen, wiegen, wiegelenNL: golven, deinen, zwaaien, met de hand groeten, wuiven, wenken, uitwu...NL: golven, deinen, stoten, hobbelen, schuddend op en neer gaanNL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: draaien, wenden, zwenken, keren, omdraaien, ronddraaien, kolken, go...NL: golven, deinen, glijden, glippen, glibberen, roetsjen, slippen, uit...NL: opstijgen, omhoogkomen, opvliegen, bouwen, construeren, golven, deinenNL: golven, deinen, rondvliegen, omheenvliegenNL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: neerleggen, onderuit halen, binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, golv...NL: golven, deinen, pendelen, reizen tussen, slingeren, bengelen, ronds...NL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: golven, deinen, zwaaien, slingeren, zwenken, heen en weer zwaaien, ...NL: veranderen, wijzigen, afwisselen, herzien, verwisselen, wapperen, f...NL: leveren, lappen, flikken, iemand iets flikken, opruimen, afdekken, ...NL: variëren, fluctueren, twijfelen, aarzelen, weifelen, dubben, talme... | |