|
|
Vertaling van Schlingen, DE>NL
Schlingen die ~schrokken (ww.), lussen (de ~)Schlingen ww.neerleggen, onderuit halen, binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, golven, deinen, vlechten, strengelen, ineenvlechten, verslinden, verzwelgen, opvretenSynoniemen Toon alle 63 | Verberg NL: neerleggen (ww.), onderuit halen (ww.), uitstellen (ww.), verschuiv...DE: wogen (bijv.nw. bijw.) NL: golven (ww.), deinen (ww.), golvend, gegolfdNL: eten (ww.), voeding (de ~ (v)), voedsel (de ~ (m)), spijs (de ~), e...NL: gezwelg (znw.)NL: vreten (ww.), bikken (ww.)NL: stoppen (ww.), afstoppen (znw.)NL: leg (de ~ (m))NL: stellen (ww.), poneren (ww.), zetten (ww.), zetwerk (het ~), zetsel...NL: regelen (ww.), afstemmen (ww.), instellen (ww.), afstellen (ww.), i...NL: verlegging (de ~ (v))NL: geschal (het ~), geschetter (het ~), schetterend geluid (znw.), get...NL: twijfel (de ~ (m)), twijfeling (de ~ (v)), wisseling (de ~ (v)), wa...NL: schommels (de ~)NL: golf (de ~), golfbeweging (de ~ (v)), undulatie (znw.), golving (de...NL: dineren, tafelen, uitgebreid eten, binnenkrijgen, opslokken, zwelge...NL: binnenkrijgen, opslokken, zwelgenNL: binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, verkroppen, verbijtenNL: binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, verslinden, verzwelgen, opvreten...NL: binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, wissen, vlakken, uitwissen, wegv...NL: eten, nuttigen, opeten, consumeren, vreten, schrokken, tegoed doen,...NL: binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, verweven, vervlechten, ineenvlec...NL: binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, verslinden, verzwelgen, opvreten...NL: eten, gebruiken, nuttigen, opeten, consumeren, verorberen, tot zich...NL: aannemen, accepteren, aanvaarden, cadeau aannemen, binnenkrijgen, o...NL: neerleggen, onderuit halen, uitbesteden, aanbesteden, vergeven, weg...NL: ingaan, binnenkomen, betreden, binnengaan, binnentreden, binnenlope...NL: neerleggen, onderuit halen, kuit schieten, kuitschietenNL: neerleggen, onderuit halenNL: neerleggen, onderuit halen, klikken, verraden, verklappen, verklikk...NL: verwijzen, neerleggen, onderuit halen, toestaan, goed vinden, toest...NL: neerleggen, onderuit halen, bewaren, wegzetten, opzij leggen, in be...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: neerleggen, onderuit halen, overschakelen, omschakelen, heersen, de...NL: neerleggen, onderuit halen, rangschikken, rangordenen, indelen, gro...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, regelen, arrangeren, iets op tou...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: plaatsen, zetten, leggen, neerleggen, neerzetten, deponeren, statio...NL: golven, deinenNL: golven, deinen, zwaaien, wuiven, schommelen, wiegen, wiegelenNL: golven, deinen, zwaaien, met de hand groeten, wuiven, wenken, uitwu...NL: golven, deinen, stoten, hobbelen, schuddend op en neer gaanNL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: draaien, wenden, zwenken, keren, omdraaien, ronddraaien, kolken, go...NL: golven, deinen, knallen, neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden we...NL: golven, deinen, rondvliegen, omheenvliegenNL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: opstijgen, omhoogkomen, opvliegen, bouwen, construeren, golven, deinenNL: golven, deinen, glippen, wegglippen, floepen, schommelen, slingeren...NL: golven, deinen, glijden, glippen, glibberen, roetsjen, slippen, uit...NL: golven, deinen, pendelen, reizen tussen, slingeren, bengelen, ronds...NL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: golven, deinen, zwaaien, slingeren, zwenken, heen en weer zwaaien, ...NL: veranderen, wijzigen, afwisselen, herzien, verwisselen, wapperen, f...NL: leveren, lappen, flikken, iemand iets flikken, opruimen, afdekken, ...NL: variëren, fluctueren, twijfelen, aarzelen, weifelen, dubben, talme... | |