|
|
Vertaling van SCHLEUDERN, DE>NL
schleudern ww.golven, deinen, glippen, wegglippen, floepen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en weer zwaaien, neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden werpen, onweren, donderen, centrifugerenSynoniemen Toon alle 59 | Verberg DE: wogen (bijv.nw. bijw.) NL: golven (ww.), deinen (ww.), golvend, gegolfdNL: geglij (znw.)NL: uitglijden (ww.), onderuitgaan (ww.)NL: uitglijden (ww.), wegglijden (ww.)NL: smakkend eten (ww.)NL: rommeling (de ~ (v))NL: klappen (ww.), knallen (ww.), smakken (ww.)NL: onweer (het ~), donderbui (de ~), onweren (ww.), donderen (ww.)NL: knor (de ~ (m))NL: geschal (het ~), geschetter (het ~), schetterend geluid (znw.), get...NL: glinstering (de ~ (v)), fonkeling (de ~ (v)), gefonkel (znw.)NL: vallen (ww.), tuimelen (ww.), afname (de ~), daling (de ~ (v)), min...NL: afmikken (znw.), iets ergens afmieteren (znw.)NL: droppen (ww.)NL: twijfel (de ~ (m)), twijfeling (de ~ (v)), wisseling (de ~ (v)), wa...NL: schommels (de ~)NL: schrokken (ww.), lussen (de ~)NL: golf (de ~), golfbeweging (de ~ (v)), undulatie (znw.), golving (de...NL: slippen, uitglijden, uitschuiven, uitschieten, wegschieten, onderui...NL: golven, deinen, glijden, glippen, glibberen, roetsjen, slippen, uit...NL: vervallen (bijv.nw. / bijw.), aftakelen, afzakken, afglijden, weggl...NL: glijden, glippen, glibberen, roetsjen, slippen, uitglijden, wegglip...NL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, slippen, uit...NL: glijden, glippen, glibberen, slippen, uitglijden, wegglippen, floep...NL: slobberen, opslobberen, smakkend eten, onweren, donderenNL: slijmen, slijm opgeven, kwijlen, zeveren, onweren, donderenNL: onweren, donderenNL: onweren, donderen, wrok voelen tegenNL: schieten, vuren, afvuren, afschieten, schoten lossen, knallen, onwe...NL: razen, tieren, tekeergaan, fulmineren, te keer gaan, kwaad zijn, sc...NL: knallen, razen, tieren, tekeergaan, fulmineren, woeden, uitroepen, ...NL: klagen, mopperen, brommen, kankeren, pruttelen, morren, over iets m...NL: beledigen, schelden, uitschelden, uitjouwen, uitmaken voor, fulmine...NL: golven, deinen, knallen, neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden we...NL: oplichten, flitsen, bliksemen, weerlichten, glimmen, glinsteren, fo...NL: neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden werpenNL: vallen, onderuitgaan, op zijn bek gaan, ten val komen, afnemen, ach...NL: neerwerpen, omlaag werpen, naar beneden werpen, omlaagwerpen, eraf ...NL: schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en weer zwaaienNL: opleveren, opbrengen, afzetten, droppen, ergens loslaten, afwerpen,...NL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: draaien, wenden, zwenken, keren, omdraaien, ronddraaien, kolken, go...NL: vallen, flikkeren, kelderen, kiepen, tuimelen, kieperen, variëren,...NL: golven, deinen, zwaaien, slingeren, zwenken, heen en weer zwaaien, ...NL: golven, deinen, schommelen, slingeren, wiegen, wiebelen, heen en we...NL: leveren, lappen, flikken, iemand iets flikken, opruimen, afdekken, ...NL: variëren, fluctueren, aarzelen, dubben, talmen, weifelen, schommel...NL: golven, deinen, zwaaien, met de hand groeten, wuiven, wenken, uitwu...NL: golven, deinenNL: variëren, fluctueren, twijfelen, aarzelen, weifelen, dubben, talme...NL: golven, deinen, zwaaien, wuiven, schommelen, wiegen, wiegelenNL: golven, deinen, stoten, hobbelen, schuddend op en neer gaanNL: neerleggen, onderuit halen, binnenkrijgen, opslokken, zwelgen, golv...NL: opstijgen, omhoogkomen, opvliegen, bouwen, construeren, golven, deinenNL: golven, deinen, rondvliegen, omheenvliegenNL: golven, deinen, pendelen, reizen tussen, slingeren, bengelen, ronds...NL: veranderen, wijzigen, afwisselen, herzien, verwisselen, wapperen, f...NL: centrifugeren Voorbeeldzinnen en gezegdes DE: etwas in die Ecke schleudern
NL: iets in de hoek smijtenDE: ins Schleudern geraten
NL: beginnen te slippen Transport en Verkeer DE: Schleudern NL: doorslaan DE: Schleudern, Rutschen NL: doorslaan van de wielen
| |