Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen


Vertaling van Ausscheiden, DE>NL

Enter Shift+Enter
Ausscheiden das ~
eindigen (ww.), ophouden (ww.), staken (ww.), kappen (ww.), afhaken (ww.), uitscheiden (ww.), aftreden (ww.)

Ausscheiden ww.
vertrekken, verlaten (bijv.nw. / bijw.), heengaan, stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken, eruitstappen, staken, uitscheiden, ermee uitscheiden, ontslag nemen, uittreden, zich terugtrekken, afvoeren, afscheiden, lozen, uitstoten, uitwerpen, uitgooien

Synoniemen
Toon alle 19 | Verberg
DE: Abtreten (das ~)
NL: verdwijnen (ww.), verdwijning (de ~ (v)), opvragen (ww.), opvraging...
DE: Abfallen (das ~)
NL: afnemen (ww.), achteruitgaan (ww.), verminderen in kracht (znw.), g...
DE: Abtrennen (das ~)
NL: opvragen (ww.), opvraging (znw.), afsnijden (ww.), afknippen (ww.),...
DE: Loskoppeln (das ~)
NL: afkoppelen (ww.)
DE: Abkoppeln (das ~)
NL: afhaken (ww.), ontkoppeling (de ~ (v)), afkoppeling (znw.), loskopp...
DE: Fortgehen (das ~)
NL: vertrekken (ww.), weggaan (ww.)
DE: Weggehen (das ~)
NL: vertrekken (ww.), heengaan (ww.)
DE: abtreten (ww.)
NL: overgeven, afstaan, terugtreden, op de achtergrond treden, afzitten...
DE: ausfallen (ww.)
NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...
DE: loshaken (ww.)
NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...

Voorbeeldzinnen en gezegdes
DE: aus einem Amt ausscheiden NL: een ambt neerleggen

In de praktijk:
DE: ausscheiden
NL: excrementen uitscheiden, ontlasting uitscheiden

Juridisch
DE: ausscheiden, abzweigen, abspalten
NL: afsplitsen (uit de aanvrage)






Zojuist vertaald

DE>NL: Ausscheiden
DE>NL: Ausladen
DE>NL: Ausfahren
DE>NL: Ausdruck
DE>NL: Ausdehnung
DE>NL: Auftritt
DE>NL: Aufmerksamkeit
DE>NL: Aufmachen
DE>NL: Aufheben
DE>NL: Auffallen
DE>NL: Aufbrechen
DE>NL: Aufbau
DE>NL: Ast
DE>NL: landen
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English