|
|
Vertaling van Aufmachen, DE>NL
Aufmachen das ~openmaken (ww.), opendoen (ww.)Aufmachen ww.gebruiken, verbruiken, consumeren, uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, scheiden, detacheren, loswerken, opmaken, versieren, afwerken, garneren, opsmukken, schotels garneren, aanstalten maken, openen, ontsluiten, openmaken, opendoen, opendraaien, opheffen, beëindigen, afbreken, ontbinden, verbreken, forceren, verbrijzelen, stukmaken, ontgrendelen, verfraaien, optuigen, verluchten, tooien, opsieren, opschikken, zich mooi maken, ontknopen, losknopenSynoniemen Toon alle 73 | Verberg NL: opendoen (ww.)NL: aanbreken van de dag (ww.)NL: annuleren (ww.), afbestellen (ww.), demontage (de ~ (v)), ontmantel...NL: opheffen (ww.), beëindigen (ww.), opheffing (de ~ (v)), afkrijgen ...NL: versieren (ww.), decoreren (ww.), opsmukken (ww.), opsieren (ww.), ...NL: afwerken (ww.), afmaken (ww.)NL: opmaak (de ~ (m)), make-up (de ~ (m)), cosmetica (de ~), visagie (z...NL: opsieren (ww.), opschikken (ww.)NL: losschroeven (ww.), afschroeven (ww.)NL: vastschroeven (ww.), dichtschroeven (ww.)NL: leven (ww.), drukte (de ~ (v)), lawaai (het ~), opschudding (de ~ (...NL: opvragen (ww.), opvraging (znw.), afsnijden (ww.), afknippen (ww.),...NL: afkoppelen (ww.)NL: afhaken (ww.), ontkoppeling (de ~ (v)), afkoppeling (znw.), loskopp...NL: exploitatie (de ~ (v)), exploiteren (ww.)NL: opnemen (ww.), tapen (znw.)NL: voorbereiden, voorbereiding treffen, opmaken, aanstalten makenNL: opheffen, beëindigen, afbreken, ontbinden, verbreken, forceren, ve...NL: uitzoeken, ontrafelen, uitpluizen, ontwarren, uitrafelen, ontraadse...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, scheiden, loskoppelen, uitspl...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, opheffen, be...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, ontcijfer...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uitzoeken...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uithalen,...NL: laten, toelaten, permitteren, loslaten, bevrijden, losmaken, vrijla...NL: stoppen, afsluiten, eindigen, beëindigen, ophouden, een einde make...NL: aankomen, eindigen, finishen, stoppen, afsluiten, beëindigen, opho...NL: laten, toelaten, permitteren, bevallen, voortbrengen, baren, ter we...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, uitzoeken, ontrafelen, uitplu...NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...NL: scheiden, splitsen, uit elkaar halen, uiteenhalen, opheffen, beëin...NL: breken, sneuvelen, kapot gaan, stuk gaan, stukbreken, aan stukken b...NL: opmaken, versieren, afwerken, garneren, opsmukken, schotels garnerenNL: breken, sneuvelen, kapot gaan, stuk gaan, stukbreken, aan stukken b...NL: opmaken, versieren, afwerken, garneren, opsmukken, schotels garnere...NL: opmaken, versieren, afwerken, garneren, opsmukken, schotels garnere...NL: maken, scheppen, in het leven roepen, vormen, vervaardigen, kneden,...NL: opmaken, versieren, afwerken, garneren, opsmukken, schotels garnere...NL: onderscheiden (bijv.nw. / bijw.), onderscheid maken, decoreren, rid...NL: stoppen, afsluiten, eindigen, beëindigen, ophouden, een einde make...NL: verfraaien, optuigen, verluchten, opsmukken, tooien, opsieren, opsc...NL: poetsen, wrijven, oppoetsen, opblinken, opwrijven, verfraaien, optu...NL: opmaken, optutten, opsmukken, make-up aanbrengen, make-up opdoen, v...NL: opwekken, stimuleren, aansporen, prikkelen, aandrijven, opkrikken, ...NL: openen, ontsluiten, openmaken, opendoen, geraken, terecht komen, op...NL: openen, ontsluiten, openmaken, opendoenNL: openen, ontsluiten, opendraaien, opdraaien, hoger draaien, omhoogdr...NL: openen, ontsluiten, opendraaien, vijzelenNL: openen, ontsluiten, opendraaien, losdraaien, losschroevenNL: openen, ontsluiten, opendraaien, openschroeven, afschroeven, losdra...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, opru...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, uitr...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, uits...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, sche...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornenNL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, sche...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, lene...NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, lene...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, uithalen, losmak...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, open krijgenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerkenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, loshakenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, ophangen, op...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, muziek componerenNL: gebruiken, verbruiken, consumeren, ontginnen, bouwklaar maken, uitb...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, uitgeven, besteden, spenderen, k...NL: eten, gebruiken, nuttigen, opeten, consumeren, verorberen, tot zich...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, oprichten, optrekken, overeindze...NL: eten, nuttigen, opeten, consumeren, vreten, schrokken, tegoed doen,...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, inhalen, goedmaken, bijspijkeren...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, regelen, arrangeren, iets op tou...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, opnemen, absorberen, opslorpen, ... | |