Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen


Vertaling van Aufbrechen, DE>NL

Enter Shift+Enter
Aufbrechen das ~
opbreken (ww.)

Aufbrechen ww.
gaan, vertrekken, weggaan, opstappen, heengaan, opbreken, verwijderen, smeren, wegtrekken, afreizen, wegreizen, opstijgen, omhoogkomen, opvliegen, moeren, kapotmaken, mollen, knakken, openscheuren, losscheuren, openrijten, kraken, openbreken, losbreken, huizen kraken, opensperren, openrukken, losbarsten

Synoniemen
Toon alle 77 | Verberg
DE: verlassen (bijv.nw. bijw.)
NL: gaan (ww.), vertrekken (ww.), weggaan (ww.), opstappen (ww.), heeng...
DE: Abreisen (das ~)
NL: vertrekken (ww.), heengaan (ww.)
DE: Ausfahren (das ~)
NL: gaan rijden (ww.)
DE: Verlassen (das ~)
NL: vertrekken (ww.), weggaan (ww.), verlaten (bijv.nw. / bijw.)
DE: Ansteigen (das ~)
NL: uitbreiding (de ~ (v)), groei (de ~ (m)), verhoging (de ~ (v)), sti...
DE: Aufwallen (das ~)
NL: opwellen (ww.)
DE: Emporsteigen (das ~)
NL: stijgen (ww.), opklimmen (ww.)
DE: Aufwerfen (das ~)
NL: opwerpen (ww.), omhoog werpen (znw.)
DE: Abheben (das ~)
NL: stijgen (ww.), stijging (de ~ (v)), klimmen (ww.), opstijgen (ww.),...
DE: Anlaufen (das ~)
NL: inlopen (ww.), warmlopen (znw.)




Zojuist vertaald

DE>NL: Aufbrechen
DE>NL: Aufbau
DE>NL: Ast
DE>NL: landen
DE>NL: landen
DE>NL: erfolg
DE>NL: landen
DE>NL: ziel
DE>NL: ziel
DE>NL: anfang
DE>NL: Boden
DE>NL: blick
DE>NL: blick
DE>NL: schaden
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English