|
|
Vertaling van Abkoppeln, DE>NL
Abkoppeln das ~afhaken (ww.), ontkoppeling (de ~ (v)), afkoppeling (znw.), loskoppelen (ww.)Abkoppeln ww.stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken, eruitstappen, uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, scheiden, splitsen, loskoppelen, uitsplitsen, uit elkaar halen, uiteengaan, detacheren, loswerken, uiteenhalen, afkoppelen, loshaken, ontkoppelen, debrayerenSynoniemen Toon alle 36 | Verberg NL: splitten (de ~)NL: afkoppelen (ww.)NL: afnemen (ww.), achteruitgaan (ww.), verminderen in kracht (znw.), g...NL: eindigen (ww.), ophouden (ww.), staken (ww.), kappen (ww.), afhaken...NL: opvragen (ww.), opvraging (znw.), afsnijden (ww.), afknippen (ww.),...NL: vastschroeven (ww.), dichtschroeven (ww.)NL: openmaken (ww.), opendoen (ww.)NL: leven (ww.), drukte (de ~ (v)), lawaai (het ~), opschudding (de ~ (...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, scheiden, loskoppelen, uitspl...NL: verdelen, uitdelen, uitreiken, ronddelen, rondgeven, rondreiken, op...NL: delen, splitsen, opdelen, opsplitsen, uitzoeken, ontrafelen, uitplu...NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...NL: scheiden, splitsen, uit elkaar halen, uiteenhalen, opheffen, beƫin...NL: stoppen, opgeven, ophouden, afvallen, afzeggen, afzien van, afhaken...NL: vertrekken, verlaten (bijv.nw. / bijw.), heengaan, stoppen, opgeven...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, opru...NL: scheiden, splitsen, loskoppelen, uitsplitsen, uit elkaar halen, uit...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, uits...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornenNL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, uitr...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, sche...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, lene...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, sche...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uithalen,...NL: uithalen, losmaken, uittrekken, tornen, loskrijgen, lostornen, lene...NL: gebruiken, verbruiken, consumeren, uithalen, losmaken, uittrekken, ...NL: uitvoeren, doen, handelen, verrichten, uitrichten, uithalen, losmak...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerkenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, open krijgenNL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, opheffen, be...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, ontcijfer...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, ophangen, op...NL: oplossen, ontrafelen, ontwarren, ontknopen, ontraadselen, uitzoeken...NL: scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, loshakenNL: ontkoppelen, debrayerenNL: voldoen, betalen, vereffenen, vervangen, vernieuwen, verwisselen, a... | |