Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Woorden toevoegen (woordenboek Izegems)



Leuk dat u helpt! Woorden toevoegen is niet moeilijk en toegankelijk voor iedereen. Heeft u kennissen die uw dialect goed beheersen? Geef ze het adres van dit woordenboek! Het dialectengedeelte van Izegems is te vinden op http://www.mijnwoordenboek.nl/regio/Izegems.

Vertaling toevoegen

1. Selecteer een woordtype: Woord
Gezegde
2. Nederlandse spelling:
3. Izegemse spelling:
4.


Extra info toevoegen

Hier alstublieft geen vertalingen of reacties toevoegen dat 'het niet klopt', maar wél leuke weetjes of interessante feiten over het Izegems. Bijvoorbeeld waar het vandaan komt, waar het wordt gesproken en of het nog veel wordt gebruikt.
Weetjes worden alfabetisch gesorteerd en boven het woordenboek getoond. U kunt uw eigen volgorde aangeven door er a), b), c), etc. voor te zetten.
sorteer op woord | vertaling | laatst toegevoegd
Woorden:
  1. 1 jin [Wijzig]
  2. 10 tiene [Wijzig]
  3. 100 oendert [Wijzig]
  4. 1000 duusd [Wijzig]
  5. 2 twji [Wijzig]
  6. 3 drie [Wijzig]
  7. 4 viere [Wijzig]
  8. 5 veuve [Wijzig]
  9. 6 zèsse [Wijzig]
  10. 7 zeevne [Wijzig]
  11. 8 achte [Wijzig]
  12. 9 neegne [Wijzig]
  13. aardappelen in de schil patat'n mè de peele [Wijzig]
  14. aardeweg weuglink [Wijzig]
  15. aardworm tettink [Wijzig]
  16. acht aochte [Wijzig]
  17. amai jawadde mien oentje [Wijzig]
  18. asbak sandriee [Wijzig]
  19. bang zijn mè de poepers zit'n [Wijzig]
  20. bangerik skieter deur tgotegat [Wijzig]
  21. bazige vrouw kalle [Wijzig]
  22. bedrogen bie 't zevenste gezet [Wijzig]
  23. bestelwagen kamioonètte [Wijzig]
  24. biet bjitte [Wijzig]
  25. bij bie [Wijzig]
  26. bloedworst bloelink [Wijzig]
  27. bonenstamppot bwonnekadul [Wijzig]
  28. bord talwoare (veu 't eetn) [Wijzig]
  29. borrel dreuple [Wijzig]
  30. borstel bustel [Wijzig]
  31. boterhammen stuttn [Wijzig]
  32. brandnetels nittels [Wijzig]
  33. broer broere [Wijzig]
  34. das plastroeng [Wijzig]
  35. De schoorsteen helt daar De kave elt doar [Wijzig]
  36. dobbelsteen teirlink [Wijzig]
  37. door deur [Wijzig]
  38. door elkaar wiste kapjile [Wijzig]
  39. Door elkaar Wiste kapjile [Wijzig]
  40. drie drieje [Wijzig]
  41. een jin [Wijzig]
  42. een mep een père [Wijzig]
  43. een onverwachte erfenis wegens verdienste een smoutstutte krijgen [Wijzig]
  44. een slag krijgen totse [Wijzig]
  45. een slag op zijn gezicht een père ip z'n tote [Wijzig]
  46. een stuk tute [Wijzig]
  47. een zagevent nen herttefrettre [Wijzig]
  48. elleboog elletuut [Wijzig]
  49. emmer ketel [Wijzig]
  50. emmer keetle/seule/sille/oakre [Wijzig]
  51. erwt nairwéte [Wijzig]
  52. fietsstuur giedoeng [Wijzig]
  53. fietszadel zoate [Wijzig]
  54. fluiten skuffel'n [Wijzig]
  55. fluitje skufferlink [Wijzig]
  56. ga eens uit de weg gertne kèè [Wijzig]
  57. geit gjitte [Wijzig]
  58. gereedschap aloam [Wijzig]
  59. gereedschapskist aloambak [Wijzig]
  60. gerei alloam [Wijzig]
  61. gezicht toote; oanzichte; muule [Wijzig]
  62. glijbaan sljèrof [Wijzig]
  63. glijden skiever'n [Wijzig]
  64. gooien smiet'n [Wijzig]
  65. grauw vervuild bemokkeld [Wijzig]
  66. groene kool kauwels [Wijzig]
  67. gummi bertjes en chocolade munten kalletjoetige bjeesten en sjeklatige menten [Wijzig]
  68. haan oane [Wijzig]
  69. hegschaar ne sikateur [Wijzig]
  70. hesp espe [Wijzig]
  71. het licht de luht [Wijzig]
  72. Het Wc 't vertrek [Wijzig]
  73. hij loopt achter elke vrouw aan je lopt achter elk ontje da zien stèrtje wikkelt [Wijzig]
  74. holderdebolder kop over kloot'n [Wijzig]
  75. hond ont [Wijzig]
  76. huichelaar tootetrek'r [Wijzig]
  77. hun undre [Wijzig]
  78. iemand untwie [Wijzig]
  79. iets untwadde [Wijzig]
  80. iets snel willen doen van nen hoaze gepoept [Wijzig]
  81. In stukken, van elkaar in brokn verskjin [Wijzig]
  82. ja joak (ik); joach (jij); joaj (hij); joas (zij); joat (het); joam (wij); joach (jullie); joas (zij) [Wijzig]
  83. ja, toch wel jatoet [Wijzig]
  84. jullie gunder [Wijzig]
  85. jullie giedre [Wijzig]
  86. kapoen ruskabus [Wijzig]
  87. kapot maken noa de wuppe èlpn [Wijzig]
  88. karnemelk kèire melk [Wijzig]
  89. Karnemelkstoemp Stamperpoef [Wijzig]
  90. kikker puut [Wijzig]
  91. kip kie'nuh [Wijzig]
  92. knap hjitte/snelle [Wijzig]
  93. knap meisje hjitte poeze; snelle mokke [Wijzig]
  94. knikker marbel [Wijzig]
  95. knoeien/met geld gooien moist'n [Wijzig]
  96. konijn keun [Wijzig]
  97. kroonluchter luuster [Wijzig]
  98. Kruiwagen Kortwoagne [Wijzig]
  99. kruiwagen puppegale, bakwoagne [Wijzig]
  100. kwaad meesjant [Wijzig]
  101. lawaai leev'n [Wijzig]
  102. lidteken lyksme [Wijzig]
  103. liedje eirelke [Wijzig]
  104. liefdesverdriet luddevudduh [Wijzig]
  105. meisje mokke; flutte [Wijzig]
  106. Meisje Kousepisserke [Wijzig]
  107. mengsel briekeljoeng [Wijzig]
  108. merel mèirloan [Wijzig]
  109. mij ik [Wijzig]
  110. moeder moedre [Wijzig]
  111. mond mule [Wijzig]
  112. mond smoel [Wijzig]
  113. mooi skwone [Wijzig]
  114. mooi snelle [Wijzig]
  115. natuurlijk vaneiguns [Wijzig]
  116. nee nink (ik); njich (jij); nij (hij); nins (zij); nint (het); njim (wij); njich (jullie); nins (zij) [Wijzig]
  117. negen negene [Wijzig]
  118. niet opgeven deur de meur [Wijzig]
  119. nochtans pertank [Wijzig]
  120. non nunne [Wijzig]
  121. onderbroek met 2 apparte pijpen snelzièkre [Wijzig]
  122. ondersteboven top over kloit'n [Wijzig]
  123. onderzetter berrelke [Wijzig]
  124. onnozelaar onwozzeln tuut [Wijzig]
  125. Onnozele vrouw Seute [Wijzig]
  126. onozelaar wietie [Wijzig]
  127. ons oes [Wijzig]
  128. oom noenkle [Wijzig]
  129. op het kerkof liggen bach'n Vandoemmels ligg'n [Wijzig]
  130. overhoop wisterkappièle [Wijzig]
  131. overweg traveir [Wijzig]
  132. pantoffel sluffer; slèsse [Wijzig]
  133. pantoffels sjoks [Wijzig]
  134. plak skelle [Wijzig]
  135. prakken bjirn [Wijzig]
  136. prei prèt [Wijzig]
  137. pudding potink [Wijzig]
  138. punk blèk en 'oar [Wijzig]
  139. puree deurgesteek'n patat'n [Wijzig]
  140. rammelen klut'rn [Wijzig]
  141. regenworm tettink [Wijzig]
  142. rem fring [Wijzig]
  143. remmen fring'n [Wijzig]
  144. roddeltante komèire [Wijzig]
  145. rolluik stwor; lattestwor [Wijzig]
  146. rubber kaaitjoe [Wijzig]
  147. rugzak kabba [Wijzig]
  148. ruzie hebben met vrouwlief joen punt'n kwyt zyn [Wijzig]
  149. schaatsen skoaverdy'n [Wijzig]
  150. Schat Keppe [Wijzig]
  151. schijnheilig zijn nun totetrekkre zyn [Wijzig]
  152. schoenlijm slussie [Wijzig]
  153. schoensmeer pilo [Wijzig]
  154. schommel renne [Wijzig]
  155. schone schapen hebben tegen mijn schenen gescheten skone skapen en tegen mien skeen gesketen [Wijzig]
  156. schrijven skriven [Wijzig]
  157. schuin skjif [Wijzig]
  158. scoren markeern [Wijzig]
  159. scoren merkeern [Wijzig]
  160. sigaret saffe [Wijzig]
  161. simpele vent mutt'n/tsjul [Wijzig]
  162. slaapkleed tabboard [Wijzig]
  163. slag peire [Wijzig]
  164. slenteren tsjaffeln [Wijzig]
  165. sloefen sliss'n [Wijzig]
  166. sneller zidder [Wijzig]
  167. spijbelen brossen [Wijzig]
  168. sterk garen twiendraad [Wijzig]
  169. sterven an zien endeklokke geroakn [Wijzig]
  170. straks teffeite [Wijzig]
  171. tafelvoetballen bakn [Wijzig]
  172. tas spoelkom [Wijzig]
  173. terug were [Wijzig]
  174. tien tiene [Wijzig]
  175. toch wel! batoet! [Wijzig]
  176. traag en zonder zin eten tjèweln [Wijzig]
  177. trui baai [Wijzig]
  178. trui boai [Wijzig]
  179. twee twji [Wijzig]
  180. uitlaat (van auto) sjarzebuuze [Wijzig]
  181. urineren joever'n [Wijzig]
  182. uurwerk aloege [Wijzig]
  183. vader vadre [Wijzig]
  184. vagina preute [Wijzig]
  185. vallen e tuumelèite moakn [Wijzig]
  186. varken zwin [Wijzig]
  187. venster veister [Wijzig]
  188. vergeten ben k'wiet [Wijzig]
  189. verleiden verannoizeln [Wijzig]
  190. verloren brood klakkoar's [Wijzig]
  191. vervelende vent mutt'n, tjoet'n [Wijzig]
  192. veter riekoirde [Wijzig]
  193. vier viere [Wijzig]
  194. vijf vuve [Wijzig]
  195. vleier mouwefrotter [Wijzig]
  196. vleier gatlekkre [Wijzig]
  197. vlinder fliflotre [Wijzig]
  198. vod skeuteldoek [Wijzig]
  199. vork verkette [Wijzig]
  200. vrachtwagen kamioeng [Wijzig]
  201. vrienden moatn [Wijzig]
  202. vrouw wuf [Wijzig]
  203. vrouw vromins (wijf) [Wijzig]
  204. wablief weik [Wijzig]
  205. wat wuk [Wijzig]
  206. wat zeg je weik [Wijzig]
  207. wat zegt u weik [Wijzig]
  208. WC den bachten [Wijzig]
  209. witloof sjikong [Wijzig]
  210. worst saucice [Wijzig]
  211. zak buzze [Wijzig]
  212. Zee Zjitje [Wijzig]
  213. zes zesse [Wijzig]
  214. zeven zevene [Wijzig]
  215. zeveren zwansen [Wijzig]
  216. zeveren anoizel doen [Wijzig]
  217. zich aankleden en opmaken uptuttemantooien [Wijzig]
  218. zich niet kunnen inhouden betintelt en betoiverd zyn/getikketakt zyn [Wijzig]
  219. zoen pieper [Wijzig]
  220. zoenen piepern [Wijzig]
  221. zus zustre [Wijzig]
  222. zwoegen tsjooln [Wijzig]


Gezegden:
  1. (te) vaak bij iemand op bezoek gaan 't hès van de zulle lwopn (hès=gras; zulle=drempel) [Wijzig]
  2. bedrogen bie 'n buk hezet; bie 'n buk hedoan [Wijzig]
  3. boos zijn ip zien pèrd zitn [Wijzig]
  4. de ruit is er uit en als het regent regent het er in de rute is trut en at rint rint trin [Wijzig]
  5. die jongen is niet van dat meisje weg te slaan 't is liek een ontjn die aht'r eur hat lopt [Wijzig]
  6. Doe zoals ge thuis doet ge moe u ni jenéren hé [Wijzig]
  7. door elkaar top oovr t'ès [Wijzig]
  8. Dronken zijn Jis ol zo skjif of ne zikkle/jes mullepettat [Wijzig]
  9. een kikker ontlopen om een pad te ontmoeten n'een puut ontvluhten voe een padde teehn te komn [Wijzig]
  10. een verkeerd dichtgeknoopt hemd de vriedah is mè de zoaterdah toe [Wijzig]
  11. een vuistslag op je neus nen bok ip joene vworluht [Wijzig]
  12. er zwemt nog vis in de zee d'er zien veel koein die Bloare noem' [Wijzig]
  13. Feestje bouwen t zwin deur de bjittn joahn [Wijzig]
  14. het is een nogal gezette man ie smeirt zelve zin stutn [Wijzig]
  15. Het is van mij tis van ekik [Wijzig]
  16. het licht uitdoen de luht dwoad doen [Wijzig]
  17. het staat hier allemaal vol 't is ier gelik vandiesie [Wijzig]
  18. het word tijd dat het gedaan is tes tit dat ut es ee [Wijzig]
  19. hij doet alsof hij van niets weet je heboart va tuutns [Wijzig]
  20. hij had x-benen oat tie zien bjin toe djih kostjn d'er noh e zwienemoere deure joahn [Wijzig]
  21. hij is dood j'iès me z'in oar/j'et zunne lepel wehhsmeet'n [Wijzig]
  22. hij is helemaal zijn vader 't is zien voader heskeet'n en hespooh'n [Wijzig]
  23. Iemand die profiteert Vele undre kop ziene, mo wienig t kleur van under held [Wijzig]
  24. iemand uitoren e viskn smietn veu e snoekskn te va'n ee [Wijzig]
  25. iets haastig doen in een schoffelscheute [Wijzig]
  26. in een bui van woede in e vroede kolèire [Wijzig]
  27. in zijn nachthemd in zien slèpn [Wijzig]
  28. je kan haar tepels door haar t-shirt zien de kiekns zit'n deur 'n droad [Wijzig]
  29. je kent er niets van he kent er de kloatn van hie sn stoemn [Wijzig]
  30. je rits staat open 't trekt ier [Wijzig]
  31. mooi meisje snelln mokkn [Wijzig]
  32. Niks hebben of bezitten hinne noahln voe a zin hat te klauwn [Wijzig]
  33. Onnozele praat is ook praat Koede koet is wok koet [Wijzig]
  34. opletten wat je zegt, er luisteren kinderen mee pas ip, d'er zitn mus'n ip 't dak [Wijzig]
  35. Over van alles spreken Kouten van land en zand en prochieaffairens [Wijzig]
  36. poets katjn mie katjn weern [Wijzig]
  37. pratn is gemakkelijk 't hoan veel zehhers in ne zak, en noh mjir in e peirdemandn zonder hat [Wijzig]
  38. slecht uitgevoerde opdracht beskéten kommissie [Wijzig]
  39. slecht uitgevoerde opdracht t i' van ahtr de viern [Wijzig]
  40. wie schade berokkent, moet het vergoeden potje breekn potje betoaln [Wijzig]
  41. ze heeft rood haar ze droaht eur hoehnwerk in de wekn [Wijzig]


Opmerkingen:
  1. Ne skieter deur tgotegat komt van als wc (bachten) nog buiten was en die niet naar buiten durfde,dan wierd de pispot via het gotegat van de gootsteen leeggekiepert en lag de stront op den trotoir [Wijzig]
  2. Het toilet lag vroeger op het koerke bachten het huis. [Wijzig]


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English