Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen van telkens

Klik op een synoniem om verder te zoeken.

Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Woord: telkens (Bijwoord)
Synoniem van telkens: aldoor
Synoniem van telkens: almaar
Synoniem van telkens: alsmaar
Synoniem van telkens: altijd
Synoniem van telkens: continue
Synoniem van telkens: gedurig
Synoniem van telkens: herhaaldelijk
Synoniem van telkens: hetijd
Synoniem van telkens: meermaals
Synoniem van telkens: ononderbroken
Synoniem van telkens: onophoudelijk
Synoniem van telkens: steeds
Synoniem van telkens: steeds opnieuw
Synoniem van telkens: steeds weer
Synoniem van telkens: veelvuldig
Synoniem van telkens: voortdurend

telkens in het puzzelwoordenboek:


telkens: Alweer
telkens: Aanhoudend
telkens: Allebot
telkens: Alweder
telkens: Altoos
telkens: Altijd
telkens: Alsmaar
telkens: Almaar
telkens: Aldoor
telkens: Bijwoord
telkens: Bijwoord van tijd
telkens: Continue
telkens: Dikwijls
telkens: Elke keer
telkens: Gedurig
telkens: Gestadig
telkens: Geregeld
telkens: Herhaald
telkens: Hetijd
telkens: Herhaalde malen
telkens: Herhaaldelijk
telkens: Iedere keer
telkens: Iedermaal
telkens: Meermaals
telkens: Meermalen
telkens: Ononderbroken
telkens: Onophoudelijk
telkens: Om de haverklap
telkens: Strijk en zet
telkens: Steeds weer
telkens: Steeds opnieuw
telkens: Steeds
telkens: Telkenmale
telkens: Veeltijds
telkens: Veelvuldig
telkens: Voortdurend



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English