Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `Z`

Pagina 9 van 22 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
zeurpiet
zeurkous (zelfst. naamw.)
zemel (zelfst. naamw.)
zeikerd (zelfst. naamw.)
geitenbreier (zelfst. naamw.)
zeven
doorzijgen (werkwoord)
schiften (werkwoord)
theezeefjes (zelfst. naamw.)
ziften (werkwoord)
filtreren (werkwoord)
filteren (werkwoord)
zevenklapper
klapper (zelfst. naamw.)
rotje (zelfst. naamw.)
zevenvoud
zevenvoudig (overig.)
zevenvoudig
zevenvoud (bijv. naamw.)
zever
vergiet (zelfst. naamw.)
zeur (zelfst. naamw.)
zeef (zelfst. naamw.)
klens (zelfst. naamw.)
zeveraar
slijmerd (zelfst. naamw.)
kwijler (zelfst. naamw.)
zeveren
bazelen (werkwoord)
kwijlen (werkwoord)
onzin praten (werkwoord)
zwetsen (werkwoord)
zwammen (werkwoord)
lullen (werkwoord)
zeuren (overig.)
zich
zichzelf (overig.)
zich afspelen
zich voordoen (overig.)
zich eigen maken
instuderen (overig.)
zich ontlasten
dirken (werkwoord)
zich realiseren
beseffen (werkwoord)
zich voordoen
zich afspelen (overig.)
zicht
gezicht (zelfst. naamw.)
gezichtsveld (zelfst. naamw.)
inzicht (zelfst. naamw.)
sikkel (zelfst. naamw.)
uitzicht (zelfst. naamw.)
vue (zelfst. naamw.)
vergezicht (zelfst. naamw.)
prospect (zelfst. naamw.)
panorama (zelfst. naamw.)
kijk (zelfst. naamw.)
zichtbaar
aanschouwelijk (bijv. naamw.)
kennelijk (bijv. naamw.)
manifest (bijv. naamw.)
uiterlijk (bijv. naamw.)
waarneembaar (bijv. naamw.)
duidelijk (bijv. naamw.)
zienderogen (bijv. naamw.)
voelbaar (bijv. naamw.)
tastbaar (bijv. naamw.)
merkbaar (bijv. naamw.)
hoorbaar (bijv. naamw.)
herkenbaar (bijv. naamw.)
bemerkbaar (bijv. naamw.)
zichzelf
zich (overig.)
zie
aanschouwen (werkwoord)
bespeuren (werkwoord)
observeren (werkwoord)
waarnemen (werkwoord)
zie!
kijk! (overig.)
ziedaar
ziezo (overig.)
kijk (overig.)
hierzo (overig.)
hier (overig.)
alstublieft (overig.)
alsjeblieft (overig.)
zieden
briesen (werkwoord)
koken (zelfst. naamw.)
ziedend
bruisend (bijv. naamw.)
razend (bijv. naamw.)
kokend (bijv. naamw.)
woest (bijv. naamw.)
vertoornd (bijv. naamw.)
toornig (bijv. naamw.)
spinnijdig (bijv. naamw.)
nijdig (bijv. naamw.)
kwaad (bijv. naamw.)
furieus (bijv. naamw.)
boos (bijv. naamw.)
ziehier
geleden (overig.)
alstublieft (overig.)
ziek
beroerd (bijv. naamw.)
naargeestig (bijv. naamw.)
onwel (bijv. naamw.)
zieke
patiënt (Zelfst. Naamw.)
ziekelijk
abnormaal (bijv. naamw.)
bleekjes (bijv. naamw.)
kwakkelig (bijv. naamw.)
pathologisch (bijv. naamw.)
zwak (bijv. naamw.)
wee (bijv. naamw.)
slapjes (bijv. naamw.)
slap (bijv. naamw.)
pips (bijv. naamw.)
ongezond (Bijvoeglijk naamwoord)
zieken
sarren (werkwoord)
zeuren (werkwoord)
uitdagen (werkwoord)
treiteren (werkwoord)
tergen (werkwoord)
tarten (werkwoord)
stangen (werkwoord)
plagen (werkwoord)
pesten (werkwoord)
jennen (werkwoord)
ziekenauto
ziekenwagen (Zelfst. Naamw.)
ambulance (Zelfst. Naamw.)
ziekenbezoek
doktersbezoek (zelfst. naamw.)
huisbezoek (zelfst. naamw.)
ziekenboeg
ziekenzalen (overig.)
ziekenzaal (overig.)
ziekenboegen (overig.)
ziekenboegen
ziekenzalen (overig.)
ziekenzaal (overig.)
ziekenboeg (overig.)
ziekenbroe
ziekenoppasser (overig.)
verpleger (overig.)
hulp (overig.)
diaken (overig.)
broe (overig.)
ziekenhuis
gasthuis (zelfst. naamw.)
hospitaal (zelfst. naamw.)
ziekenhuisopname
opname (zelfst. naamw.)
ziekenoppasser
ziekenbroe (overig.)
verpleger (overig.)
hulp (overig.)
diaken (overig.)
broe (overig.)
ziekenwagen
ziekenauto (zelfst. naamw.)
ziekenwagen (Zelfst. Naamw.)
ambulance (Zelfst. Naamw.)
ziekenzaal
zaal (zelfst. naamw.)
ziekenzalen (zelfst. naamw.)
ziekenboegen (zelfst. naamw.)
ziekenboeg (zelfst. naamw.)
ziekenzalen
ziekenzaal (overig.)
ziekenboegen (overig.)
ziekenboeg (overig.)
ziekjes
ongezond (bijv. naamw.)
ziekte
aandoening (zelfst. naamw.)
afwijking (zelfst. naamw.)
ongemak (zelfst. naamw.)
kwaal (zelfst. naamw.)
ziektebeeld
syndroom (zelfst. naamw.)
ziektecijfer
morbiditeit (zelfst. naamw.)
ziektekostenverzekering
ziekteverzekering (zelfst. naamw.)
ziektesymptoom
symptoom (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English