Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `W`

Pagina 9 van 31 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
weddenschap
pool (zelfst. naamw.)
weder
weerom (bijv. naamw.)
weer (bijv. naamw.)
wederom (bijv. naamw.)
opnieuw (bijv. naamw.)
nogmaals (bijv. naamw.)
alweer (bijv. naamw.)
wederdienst
tegenprestatie (zelfst. naamw.)
tegendienst (zelfst. naamw.)
contraprestatie (zelfst. naamw.)
wedergeboorte
herrijzenis (zelfst. naamw.)
regeneratie (zelfst. naamw.)
renaissance (zelfst. naamw.)
wederhelft
eega (zelfst. naamw.)
wederinstorting
recidief (zelfst. naamw.)
wederkeren
weerkeren (werkwoord)
wederkerend
reflexief (overig.)
wederkerig
reciprook (bijv. naamw.)
wederzijds (bijv. naamw.)
onderling (bijv. naamw.)
wederkerigheid
wederzijdsheid (zelfst. naamw.)
wederom
nogmaals (bijv. naamw.)
opnieuw (bijv. naamw.)
weer (bijv. naamw.)
weder (bijv. naamw.)
alweer (bijv. naamw.)
andermaal (bijv. naamw.)
wederopbouw
opbouw (zelfst. naamw.)
reconstructie (zelfst. naamw.)
wederopstanding
herrijzenis (zelfst. naamw.)
verrijzenis (zelfst. naamw.)
wederpartij
tegenpartij (zelfst. naamw.)
wederrechtelijk
illegaal (bijv. naamw.)
onrechtmatig (bijv. naamw.)
verboden (bijv. naamw.)
ongeoorloofd (bijv. naamw.)
onwettig (bijv. naamw.)
onwettelijk (bijv. naamw.)
onwetmatig (bijv. naamw.)
illegitiem (bijv. naamw.)
wederrechtelijke
criminele (overig.)
wederwaardigheden
belevenissen (Zelfst. Naamw.)
avonturen (Zelfst. Naamw.)
wederwaardigheid
perikel (zelfst. naamw.)
voorval (zelfst. naamw.)
wederzien
weerzien (werkwoord)
wederzijds
onderling (bijv. naamw.)
wederkerig (bijv. naamw.)
wederzijdsheid
wederkerigheid (zelfst. naamw.)
reciprociteit (zelfst. naamw.)
wedijver
competitie (zelfst. naamw.)
rivaliteit (zelfst. naamw.)
concurrentie (zelfst. naamw.)
agon (zelfst. naamw.)
wedijveraar
rivaal (overig.)
wedijveren
beconcurreren (werkwoord)
concurreren (werkwoord)
kampen (werkwoord)
meten (werkwoord)
meedingen (werkwoord)
strijden (Werkwoord)
wedloop
race (zelfst. naamw.)
wedren (zelfst. naamw.)
wedren
wedloop (zelfst. naamw.)
race (zelfst. naamw.)
wedstrijd
concours (zelfst. naamw.)
partij (zelfst. naamw.)
pot (zelfst. naamw.)
strijd (zelfst. naamw.)
match (Zelfst. Naamw.)
wedstrijdduur
speelduur (zelfst. naamw.)
wedstrijden
concoursen (overig.)
wedstrijdje
potje (zelfst. naamw.)
partijtje (zelfst. naamw.)
wedstrijdterrein
parcours (zelfst. naamw.)
wee
bleekjes (bijv. naamw.)
helaas (bijv. naamw.)
misselijk (bijv. naamw.)
och (bijv. naamw.)
zoetig (bijv. naamw.)
perswee (zelfst. naamw.)
zoetelijk (zelfst. naamw.)
ach (bijv. naamw.)
zwak (bijv. naamw.)
ziekelijk (bijv. naamw.)
slapjes (bijv. naamw.)
slap (bijv. naamw.)
pips (bijv. naamw.)
pijn (overig.)
flauw (overig.)
weed
marihuana (zelfst. naamw.)
wiet (zelfst. naamw.)
wied (zelfst. naamw.)
stuff (zelfst. naamw.)
hennep (zelfst. naamw.)
weefgetouw
getouw (overig.)
weefsanatomie
weefsel (overig.)
weefsel
goed (zelfst. naamw.)
stof (zelfst. naamw.)
textiel (zelfst. naamw.)
textielwaren (zelfst. naamw.)
weefsanatomie (zelfst. naamw.)
weefselafbraak
katabolisme (zelfst. naamw.)
weefselonderzoek
biopsie (zelfst. naamw.)
weefselopbouwend
anabool (zelfst. naamw.)
weefselverscheuring
laceratie (zelfst. naamw.)
weefselversterf
necrose (zelfst. naamw.)
weefselvocht
lymf (zelfst. naamw.)
weefselvormverandering
metaplasie (zelfst. naamw.)
weegbrug
waag (zelfst. naamw.)
weeghuis
waag (overig.)
weegschaal
bascule (zelfst. naamw.)
schaal (zelfst. naamw.)
waag (zelfst. naamw.)
balans (Zelfst. Naamw.)
week
klef (bijv. naamw.)
sentimenteel (bijv. naamw.)
zwak (bijv. naamw.)
kletsnat (bijv. naamw.)
futloos (bijv. naamw.)
drassig (bijv. naamw.)
weekblad
opinieblad (zelfst. naamw.)
tijdschrift (zelfst. naamw.)
tijdspieg (zelfst. naamw.)
periodiek (zelfst. naamw.)
magazine (zelfst. naamw.)
maandblad (zelfst. naamw.)
blad (zelfst. naamw.)
bericht (zelfst. naamw.)
weekeinde
weekend (Zelfst. Naamw.)
weekend
weekeinde (Zelfst. Naamw.)
weekhartig
sentimenteel (bijv. naamw.)
teerhartig (bijv. naamw.)
toegeeflijk (bijv. naamw.)
weekheid
slapte (zelfst. naamw.)
zachtheid (zelfst. naamw.)
zwakte (zelfst. naamw.)
zwakheid (zelfst. naamw.)
sulligheid (zelfst. naamw.)
slapheid (zelfst. naamw.)
laksheid (zelfst. naamw.)
krachteloosheid (zelfst. naamw.)
weeklacht
litanie (zelfst. naamw.)
treurzang (zelfst. naamw.)
jammerklacht (zelfst. naamw.)
weeklagen
jammeren (werkwoord)
jeremiëren (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English