Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `W`

Pagina 11 van 31 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
weerkun
meteo (overig.)
weerkundig
meteorologisch (bijv. naamw.)
weerleggen
bestrijden (werkwoord)
ontkrachten (werkwoord)
ontzenuwen (werkwoord)
weerlegging
tegenbewijs (zelfst. naamw.)
weerlicht
licht (zelfst. naamw.)
bliksem (zelfst. naamw.)
weerlichten
lichten (werkwoord)
bliksemen (werkwoord)
bliksems (werkwoord)
weerloos
hulpeloos (bijv. naamw.)
weerloosheid
zwakte (zelfst. naamw.)
weerom
weder (bijv. naamw.)
weer (bijv. naamw.)
terecht (bijv. naamw.)
weerschallen
schallen (overig.)
weerklinken (overig.)
weerkaatsen (overig.)
weergalmen (overig.)
resoneren (overig.)
galmen (overig.)
echoën (overig.)
weerschijn
glans (zelfst. naamw.)
weerspiegeling (zelfst. naamw.)
weerkaatsing (zelfst. naamw.)
spiegeling (zelfst. naamw.)
reflectie (zelfst. naamw.)
weerschijnen
weerkaatsen (werkwoord)
weerspiegelen (zelfst. naamw.)
weersgesteldheid
klimaat (zelfst. naamw.)
weer (zelfst. naamw.)
weersomstandigheden (zelfst. naamw.)
weerslag
terugslag (zelfst. naamw.)
weersomstandigheden
weersgesteldheid (zelfst. naamw.)
weer (zelfst. naamw.)
klimaat (zelfst. naamw.)
weerspannig
balorig (bijv. naamw.)
dwars (bijv. naamw.)
koppig (bijv. naamw.)
ongehoorzaam (bijv. naamw.)
onwillig (bijv. naamw.)
oproerig (bijv. naamw.)
opstandig (bijv. naamw.)
rebels (bijv. naamw.)
recalcitrant (bijv. naamw.)
stijfhoofdig (bijv. naamw.)
tegendraads (bijv. naamw.)
weerbarstig (bijv. naamw.)
bokkig (bijv. naamw.)
weerspannigheid
weerbarstigheid (zelfst. naamw.)
stijfkoppigheid (zelfst. naamw.)
stijfhoofdigheid (zelfst. naamw.)
koppigheid (zelfst. naamw.)
hardnekkigheid (zelfst. naamw.)
hardhoofdigheid (zelfst. naamw.)
halsstarrigheid (zelfst. naamw.)
onwil (zelfst. naamw.)
weerspiegelen
reflecteren (werkwoord)
terugkaatsen (werkwoord)
weerschijnen (zelfst. naamw.)
weergeven (Werkwoord)
weerspiegeling
spiegeling (zelfst. naamw.)
weerschijn (zelfst. naamw.)
weerkaatsing (zelfst. naamw.)
reflectie (Zelfst. Naamw.)
weerspreken
tegenspreken (werkwoord)
tegenwerpen (werkwoord)
protesteren (werkwoord)
weerstaan
stand houden (werkwoord)
weerstand
aversie (zelfst. naamw.)
incasseringsvermogen (zelfst. naamw.)
rebellie (zelfst. naamw.)
tegendruk (zelfst. naamw.)
verzet (zelfst. naamw.)
weerstandsvermogen (zelfst. naamw.)
veerkracht (zelfst. naamw.)
tegenwicht (zelfst. naamw.)
tegengewicht (zelfst. naamw.)
tegenstand (zelfst. naamw.)
opstand (zelfst. naamw.)
resistentie (Zelfst. Naamw.)
weerstandsvermogen
incasseringsvermogen (zelfst. naamw.)
resistentie (zelfst. naamw.)
weerstand (zelfst. naamw.)
veerkracht (zelfst. naamw.)
weerstreven
trotseren (werkwoord)
tegenwerken (werkwoord)
tegenstreven (werkwoord)
tegengaan (werkwoord)
weersverwachting
weerbericht (zelfst. naamw.)
weersvoorspelling (zelfst. naamw.)
weersvoorspelling
weersverwachting (zelfst. naamw.)
weerwerk
tegenspel (zelfst. naamw.)
weerwoord
antwoord (zelfst. naamw.)
beantwoording (zelfst. naamw.)
bescheid (zelfst. naamw.)
reactie (zelfst. naamw.)
repliek (zelfst. naamw.)
retort (zelfst. naamw.)
weerwraak
represaille (zelfst. naamw.)
weerzien
hereniging (zelfst. naamw.)
reunie (zelfst. naamw.)
wederzien (werkwoord)
weerzin
afschuw (zelfst. naamw.)
antipathie (zelfst. naamw.)
aversie (zelfst. naamw.)
schrik (zelfst. naamw.)
tegenzin (zelfst. naamw.)
walging (zelfst. naamw.)
onverenigbaarheid (zelfst. naamw.)
hek (zelfst. naamw.)
gruwen (zelfst. naamw.)
afgrijzen (zelfst. naamw.)
afkeer (Zelfst. Naamw.)
weerzinwekkend
afstotend (bijv. naamw.)
goor (bijv. naamw.)
smerig (bijv. naamw.)
stuitend (bijv. naamw.)
ziek (bijv. naamw.)
afstotelijk (bijv. naamw.)
afzichtelijk (bijv. naamw.)
monsterlijk (bijv. naamw.)
verfoeilijk (bijv. naamw.)
walgelijk (bijv. naamw.)
misselijkmakend (bijv. naamw.)
vies (bijv. naamw.)
ranzig (bijv. naamw.)
onverkwikkelijk (bijv. naamw.)
lelijk (bijv. naamw.)
afschuwelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
vreselijk (Bijvoeglijk naamwoord)
wees
weeskind (zelfst. naamw.)
weeskind
wees (zelfst. naamw.)
weet
weten (werkwoord)
wetenschap (zelfst. naamw.)
weetgierig
belangstellend (bijv. naamw.)
weetgraag
nieuwsgierig (bijv. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English