| Woord | Synoniem |
| waag | weegbrug (zelfst. naamw.) weeghuis (zelfst. naamw.) balans (zelfst. naamw.) schaal (zelfst. naamw.) weegschaal (zelfst. naamw.) bascule (zelfst. naamw.) |
| waaghals | branie (zelfst. naamw.) |
| waaghalzerig | riskant (overig.) gewaagd (overig.) bedenkelijk (overig.) |
| waaghalzerij | vermetelheid (overig.) roekeloosheid (overig.) overmoed (overig.) onbesuisdheid (overig.) |
| waaghalzig | overmoedig (bijv. naamw.) roekeloos (bijv. naamw.) vermetel (bijv. naamw.) lichtzinnig (bijv. naamw.) doldriest (bijv. naamw.) halsbrekend (bijv. naamw.) |
| waagstuk | kans (zelfst. naamw.) risico (zelfst. naamw.) gok (zelfst. naamw.) risicovolonderneming (zelfst. naamw.) gewaagonderneming (zelfst. naamw.) |
| waaien | stormen (werkwoord) stuiven (werkwoord) |
| waaieren | verspreiden (werkwoord) uitzwermen (werkwoord) uitwaaieren (werkwoord) |
| waak | wake (zelfst. naamw.) |
| waaks | wakend (overig.) waakzaam (overig.) voorzichtig (overig.) paraat (overig.) hoede (overig.) alert (overig.) |
| waakvlam | spaarvlam (zelfst. naamw.) |
| waakzaam | hoede (bijv. naamw.) paraat (bijv. naamw.) voorzichtig (bijv. naamw.) wakend (bijv. naamw.) waaks (bijv. naamw.) alert (Bijvoeglijk naamwoord) |
| waakzaamheid | vigiliteit (zelfst. naamw.) |
| Waal | Belg (zelfst. naamw.) |
| waan | droom (zelfst. naamw.) droombeeld (zelfst. naamw.) hersenschim (zelfst. naamw.) illusie (zelfst. naamw.) waandenkbeeld (zelfst. naamw.) zelfbedrog (zelfst. naamw.) waanvoorstelling (zelfst. naamw.) waanidee (zelfst. naamw.) waanbeeld (zelfst. naamw.) |
| waanbeeld | waanvoorstelling (overig.) waanidee (overig.) waandenkbeeld (overig.) waan (overig.) illusie (overig.) |
| waandenkbeeld | hersenschim (zelfst. naamw.) illusie (zelfst. naamw.) waan (zelfst. naamw.) waanvoorstelling (zelfst. naamw.) waanidee (zelfst. naamw.) waanbeeld (zelfst. naamw.) |
| waandidee | illusie (zelfst. naamw.) |
| waanidee | drogbeeld (zelfst. naamw.) hallucinatie (zelfst. naamw.) hersenschim (zelfst. naamw.) hersenspinsel (zelfst. naamw.) illusie (zelfst. naamw.) inbeelding (zelfst. naamw.) verbeelding (zelfst. naamw.) zinsbegoocheling (zelfst. naamw.) waanvoorstelling (zelfst. naamw.) waandenkbeeld (zelfst. naamw.) waanbeeld (zelfst. naamw.) waan (zelfst. naamw.) |
| waanvoorstelling | complex (zelfst. naamw.) hallucinatie (zelfst. naamw.) illusie (zelfst. naamw.) spook (zelfst. naamw.) verbeelding (zelfst. naamw.) waanidee (zelfst. naamw.) waandenkbeeld (zelfst. naamw.) waanbeeld (zelfst. naamw.) waan (zelfst. naamw.) |
| waanwijs | eigenwijs (bijv. naamw.) pedant (bijv. naamw.) dwaas (bijv. naamw.) |
| waanzin | achterlijkheid (zelfst. naamw.) gekte (zelfst. naamw.) idioterie (zelfst. naamw.) kletskoek (zelfst. naamw.) krankzinnigheid (zelfst. naamw.) |
| waanzinnig | geestesziek (bijv. naamw.) gek (bijv. naamw.) mateloos (bijv. naamw.) wijs (bijv. naamw.) reuze (bijv. naamw.) gaaf (bijv. naamw.) fantastisch (bijv. naamw.) fabelachtig (bijv. naamw.) krankzinnig (Bijwoord) erg (Bijwoord) |
| waanzinnige | krankzinnige (overig.) gek (overig.) geesteszieke (overig.) dolleman (overig.) zot (overig.) mafkikker (overig.) mafket (overig.) mafkees (overig.) imbeciel (overig.) idioot (overig.) flapdrol (overig.) debi (overig.) zwakzinnige (overig.) geschifte (overig.) achterlijke (overig.) |
| waanzinnigheid | delirium (zelfst. naamw.) |