Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `V`

Pagina 9 van 87 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
veen
turfveen (zelfst. naamw.)
veengrond (zelfst. naamw.)
turf (zelfst. naamw.)
moeras (zelfst. naamw.)
veenachtig
turfachtig (overig.)
veengrond
veen (overig.)
turfveen (overig.)
turf (overig.)
veengronden
venen (overig.)
veer
springveer (Zelfst. Naamw.)
autoveer (zelfst. naamw.)
dekveer (zelfst. naamw.)
pluim (zelfst. naamw.)
schokbreker (zelfst. naamw.)
pont (overig.)
veerboot
ferryboot (zelfst. naamw.)
veer (zelfst. naamw.)
veerdienst (zelfst. naamw.)
pont (zelfst. naamw.)
pontveer (zelfst. naamw.)
veerdienst
pont (zelfst. naamw.)
pontveer (zelfst. naamw.)
veerboot (zelfst. naamw.)
veerkracht
elan (zelfst. naamw.)
elasticiteit (zelfst. naamw.)
incasseringsvermogen (zelfst. naamw.)
rek (zelfst. naamw.)
rekbaarheid (zelfst. naamw.)
spankracht (zelfst. naamw.)
weerstandsvermogen (zelfst. naamw.)
weerstand (zelfst. naamw.)
veerkrachtig
dynamisch (bijv. naamw.)
elastisch (bijv. naamw.)
rekbaar (bijv. naamw.)
veerman
schipper (zelfst. naamw.)
veerpont
ferryboot (zelfst. naamw.)
veertiendaags
halfmaandelijks (overig.)
veest
buikwind (zelfst. naamw.)
veestamlijst
stamlijst (overig.)
veestap
vee (overig.)
veestapel
vee (zelfst. naamw.)
veeteelt
veehouderij (Zelfst. Naamw.)
veefokkerij (overig.)
veevoer
voeder (zelfst. naamw.)
voer (zelfst. naamw.)
vegedoe
rompslomp (overig.)
vegen
aanvegen (werkwoord)
poetsen (werkwoord)
wegvegen (werkwoord)
wissen (werkwoord)
afwissen (werkwoord)
afvegen (werkwoord)
afdrogen (werkwoord)
veger
bezem (zelfst. naamw.)
stoffer (zelfst. naamw.)
borstel (zelfst. naamw.)
vegetatie
gewas (zelfst. naamw.)
planten (zelfst. naamw.)
plantengroei (zelfst. naamw.)
vehiculum
drager (zelfst. naamw.)
vehikel
auto (zelfst. naamw.)
kar (zelfst. naamw.)
rijtuig (zelfst. naamw.)
voertuig (zelfst. naamw.)
wagen (zelfst. naamw.)
veiler
vendumeesteres (overig.)
vendumeester (overig.)
veilingmeester (overig.)
auctionaris (overig.)
afslager (overig.)
veilig
beschermd (bijv. naamw.)
gerust (bijv. naamw.)
zeker (bijv. naamw.)
ongevaarlijk (bijv. naamw.)
goedaardig (bijv. naamw.)
veiligheid
bescherming (zelfst. naamw.)
beveiliging (zelfst. naamw.)
zekerheid (zelfst. naamw.)
beveiligingsinrichting (zelfst. naamw.)
beschutting (zelfst. naamw.)
protectie (zelfst. naamw.)
veiligheidsdienst
inlichtingendienst (overig.)
veiligheidsgord
veiligheidsriem (overig.)
autogord (overig.)
veiligheidsgordel
autogordel (zelfst. naamw.)
riem (zelfst. naamw.)
veiligheidsriem
autogordel (zelfst. naamw.)
veiligheidsgord (zelfst. naamw.)
autogord (zelfst. naamw.)
veiligheidssloten
sloten (zelfst. naamw.)
veiligheidsspeld
haakje (overig.)
veiligstellen
verzekeren (werkwoord)
veiling
auctie (zelfst. naamw.)
boeldag (zelfst. naamw.)
boelhuis (zelfst. naamw.)
verkoping (zelfst. naamw.)
vendutie (zelfst. naamw.)
vendu (zelfst. naamw.)
mijn (zelfst. naamw.)
afslag (zelfst. naamw.)
veilingdag
boeldag (overig.)
veilinggebouw
veiling (zelfst. naamw.)
veilinghal
veilingzaal (overig.)
veilingslokaal (overig.)
veilinglokaal (overig.)
veilinglokaal
veilingzaal (overig.)
veilingslokaal (overig.)
veilinghal (overig.)
veilingmeester
vendumeesteres (overig.)
vendumeester (overig.)
veiler (overig.)
auctionaris (overig.)
afslager (overig.)
veilingmeesters
vendumeesters (overig.)
auctionairs (overig.)
afslagers (overig.)
veilingslokaal
veilingzaal (overig.)
veilinglokaal (overig.)
veilinghal (overig.)
veilingwaarde
executiewaarde (zelfst. naamw.)
veilingzaal
veilingslokaal (overig.)
veilinglokaal (overig.)
veilinghal (overig.)
veinzen
doen alsof (werkwoord)
fingeren (werkwoord)
voorwenden (werkwoord)
simuleren (werkwoord)
veinzend
voorwendend (overig.)
huichelend (overig.)
veinzer
draaier (zelfst. naamw.)
vel
bast (zelfst. naamw.)
blaadje (zelfst. naamw.)
dierenvel (zelfst. naamw.)
huid (zelfst. naamw.)
membraan (zelfst. naamw.)
schil (zelfst. naamw.)
omhulsel (zelfst. naamw.)
vlies (zelfst. naamw.)
velletje (zelfst. naamw.)
peul (zelfst. naamw.)
veld
akker (zelfst. naamw.)
buiten (zelfst. naamw.)
gebied (zelfst. naamw.)
grond (zelfst. naamw.)
bouwland (zelfst. naamw.)
veldheer
generaal (zelfst. naamw.)
legeraanvoer (zelfst. naamw.)
veldhospitaal
barak (zelfst. naamw.)
veldprediker
aalmoezenier (overig.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald