Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `V`

Pagina 8 van 87 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
vechtjas
knokker (zelfst. naamw.)
kemphaan (zelfst. naamw.)
ijzervreter (zelfst. naamw.)
vechter (zelfst. naamw.)
trommelstok (zelfst. naamw.)
slaghout (zelfst. naamw.)
rapier (zelfst. naamw.)
racket (zelfst. naamw.)
degen (zelfst. naamw.)
houwdegen (zelfst. naamw.)
vechtlustig
strijdlustig (bijv. naamw.)
militant (bijv. naamw.)
strijdvaardig (bijv. naamw.)
vechtpartij
gevecht (zelfst. naamw.)
knokpartij (zelfst. naamw.)
strijden (zelfst. naamw.)
matpartij (zelfst. naamw.)
kloppartij (zelfst. naamw.)
handgemeen (zelfst. naamw.)
vechtpartijen
gevechten (overig.)
vechtwagen
tank (overig.)
vederbos
helmbos (overig.)
vederdos
veren (overig.)
pluimage (overig.)
gevederte (overig.)
vedette
beroemdheid (zelfst. naamw.)
uitblinker (zelfst. naamw.)
vee
veestapel (zelfst. naamw.)
veestap (zelfst. naamw.)
veearts
dierenarts (zelfst. naamw.)
veterinair (zelfst. naamw.)
veeartsen
veterinairs (overig.)
veeartsenijkun
diergeneeskun (overig.)
veebedrijf
veehouderij (zelfst. naamw.)
veefokkerij
fok (zelfst. naamw.)
fokkerij (zelfst. naamw.)
teelt (zelfst. naamw.)
telen (zelfst. naamw.)
verbouw (zelfst. naamw.)
voortbrenging (zelfst. naamw.)
voortplanting (zelfst. naamw.)
aanfok (zelfst. naamw.)
veeteelt (zelfst. naamw.)
veeg
lel (zelfst. naamw.)
oorvijg (zelfst. naamw.)
streek (zelfst. naamw.)
vlek (zelfst. naamw.)
ongunstig (zelfst. naamw.)
muilpeer (zelfst. naamw.)
mep (zelfst. naamw.)
veegmachine
straatreiniger (zelfst. naamw.)
veehoeder
herder (zelfst. naamw.)
veehouder
boer (zelfst. naamw.)
veehouderij
veebedrijf (zelfst. naamw.)
veel
legio (bijv. naamw.)
onderscheiden (bijv. naamw.)
talrijk (bijv. naamw.)
hard (bijv. naamw.)
overvloedig (bijv. naamw.)
veeltijds (bijv. naamw.)
veelal (bijv. naamw.)
vaak (bijv. naamw.)
menigmaal (bijv. naamw.)
gedurig (bijv. naamw.)
dikwijls (bijv. naamw.)
veelal
meestal (bijv. naamw.)
doorgaans (bijv. naamw.)
veeltijds (bijv. naamw.)
veel (bijv. naamw.)
vaak (bijv. naamw.)
menigmaal (bijv. naamw.)
gedurig (bijv. naamw.)
dikwijls (bijv. naamw.)
veelbelovend
hoopgevend (bijv. naamw.)
hoopvol (bijv. naamw.)
talentvol (bijv. naamw.)
veelbelovende
gunstige (bijv. naamw.)
voorspoedige (bijv. naamw.)
veelbetekenend
betekenisvol (Bijvoeglijk naamwoord)
veelzeggend (Bijvoeglijk naamwoord)
significant (bijv. naamw.)
veelbewogen
onrustig (bijv. naamw.)
turbulent (bijv. naamw.)
woelig (bijv. naamw.)
roerig (bijv. naamw.)
bewogen (bijv. naamw.)
veeleer
eer (overig.)
liever (overig.)
liefst (overig.)
veeleisend
kieskeurig (Bijvoeglijk naamwoord)
inspannend (bijv. naamw.)
veelgevraagd
begeerd (bijv. naamw.)
in trek (bijv. naamw.)
gezocht (bijv. naamw.)
gewild (bijv. naamw.)
veelheid
pluraliteit (zelfst. naamw.)
talrijkheid (zelfst. naamw.)
menigte (zelfst. naamw.)
veeljarig
langjarig (overig.)
veelkleurig
bont (bijv. naamw.)
kleurrijk (bijv. naamw.)
kakelbont (bijv. naamw.)
veelomvattend
uitvoerig (Bijvoeglijk naamwoord)
ruim (Bijvoeglijk naamwoord)
breed (bijv. naamw.)
groots (bijv. naamw.)
grootschalig (bijv. naamw.)
uitgebreid (bijv. naamw.)
grootscheeps (bijv. naamw.)
veelstemmig
polyfoon (bijv. naamw.)
meerstemmig (bijv. naamw.)
veeltalig
meertalig (overig.)
veeltijds
veelal (overig.)
veel (overig.)
vaak (overig.)
menigmaal (overig.)
gedurig (overig.)
dikwijls (overig.)
veelverbreid
wijdverbreid (overig.)
veelvoorkomend
algemeen (bijv. naamw.)
gangbaar (bijv. naamw.)
veelvormig
multipel (bijv. naamw.)
polymorf (bijv. naamw.)
pluriform (bijv. naamw.)
veelvoudig
menige (bijv. naamw.)
multipel (bijv. naamw.)
verscheidene (bijv. naamw.)
velerlei (bijv. naamw.)
menigerlei (bijv. naamw.)
veelvraat
gulzigaard (zelfst. naamw.)
vreetzak (zelfst. naamw.)
slokop (zelfst. naamw.)
schrokop (zelfst. naamw.)
veelvuldig
talrijk (Bijvoeglijk naamwoord)
frequent (Bijvoeglijk naamwoord)
dikwijls (bijv. naamw.)
herhaaldelijk (bijv. naamw.)
telkens (bijv. naamw.)
meermaals (bijv. naamw.)
vaak (bijv. naamw.)
regelmatig (bijv. naamw.)
menigmaal (bijv. naamw.)
veelvuldigheid
vevoorkomen (zelfst. naamw.)
menigvuldigheid (zelfst. naamw.)
veelwijverij
polygamie (zelfst. naamw.)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English