| Woord | Synoniem |
| vechtjas | knokker (zelfst. naamw.) kemphaan (zelfst. naamw.) ijzervreter (zelfst. naamw.) vechter (zelfst. naamw.) trommelstok (zelfst. naamw.) slaghout (zelfst. naamw.) rapier (zelfst. naamw.) racket (zelfst. naamw.) degen (zelfst. naamw.) houwdegen (zelfst. naamw.) |
| vechtlustig | strijdlustig (bijv. naamw.) militant (bijv. naamw.) strijdvaardig (bijv. naamw.) |
| vechtpartij | gevecht (zelfst. naamw.) knokpartij (zelfst. naamw.) strijden (zelfst. naamw.) matpartij (zelfst. naamw.) kloppartij (zelfst. naamw.) handgemeen (zelfst. naamw.) |
| vechtpartijen | gevechten (overig.) |
| vechtwagen | tank (overig.) |
| vederbos | helmbos (overig.) |
| vederdos | veren (overig.) pluimage (overig.) gevederte (overig.) |
| vedette | beroemdheid (zelfst. naamw.) uitblinker (zelfst. naamw.) |
| vee | veestapel (zelfst. naamw.) veestap (zelfst. naamw.) |
| veearts | dierenarts (zelfst. naamw.) veterinair (zelfst. naamw.) |
| veeartsen | veterinairs (overig.) |
| veeartsenijkun | diergeneeskun (overig.) |
| veebedrijf | veehouderij (zelfst. naamw.) |
| veefokkerij | fok (zelfst. naamw.) fokkerij (zelfst. naamw.) teelt (zelfst. naamw.) telen (zelfst. naamw.) verbouw (zelfst. naamw.) voortbrenging (zelfst. naamw.) voortplanting (zelfst. naamw.) aanfok (zelfst. naamw.) veeteelt (zelfst. naamw.) |
| veeg | lel (zelfst. naamw.) oorvijg (zelfst. naamw.) streek (zelfst. naamw.) vlek (zelfst. naamw.) ongunstig (zelfst. naamw.) muilpeer (zelfst. naamw.) mep (zelfst. naamw.) |
| veegmachine | straatreiniger (zelfst. naamw.) |
| veehoeder | herder (zelfst. naamw.) |
| veehouder | boer (zelfst. naamw.) |
| veehouderij | veebedrijf (zelfst. naamw.) |
| veel | legio (bijv. naamw.) onderscheiden (bijv. naamw.) talrijk (bijv. naamw.) hard (bijv. naamw.) overvloedig (bijv. naamw.) veeltijds (bijv. naamw.) veelal (bijv. naamw.) vaak (bijv. naamw.) menigmaal (bijv. naamw.) gedurig (bijv. naamw.) dikwijls (bijv. naamw.) |
| veelal | meestal (bijv. naamw.) doorgaans (bijv. naamw.) veeltijds (bijv. naamw.) veel (bijv. naamw.) vaak (bijv. naamw.) menigmaal (bijv. naamw.) gedurig (bijv. naamw.) dikwijls (bijv. naamw.) |
| veelbelovend | hoopgevend (bijv. naamw.) hoopvol (bijv. naamw.) talentvol (bijv. naamw.) |
| veelbelovende | gunstige (bijv. naamw.) voorspoedige (bijv. naamw.) |
| veelbetekenend | betekenisvol (Bijvoeglijk naamwoord) veelzeggend (Bijvoeglijk naamwoord) significant (bijv. naamw.) |
| veelbewogen | onrustig (bijv. naamw.) turbulent (bijv. naamw.) woelig (bijv. naamw.) roerig (bijv. naamw.) bewogen (bijv. naamw.) |
| veeleer | eer (overig.) liever (overig.) liefst (overig.) |
| veeleisend | kieskeurig (Bijvoeglijk naamwoord) inspannend (bijv. naamw.) |
| veelgevraagd | begeerd (bijv. naamw.) in trek (bijv. naamw.) gezocht (bijv. naamw.) gewild (bijv. naamw.) |
| veelheid | pluraliteit (zelfst. naamw.) talrijkheid (zelfst. naamw.) menigte (zelfst. naamw.) |
| veeljarig | langjarig (overig.) |
| veelkleurig | bont (bijv. naamw.) kleurrijk (bijv. naamw.) kakelbont (bijv. naamw.) |
| veelomvattend | uitvoerig (Bijvoeglijk naamwoord) ruim (Bijvoeglijk naamwoord) breed (bijv. naamw.) groots (bijv. naamw.) grootschalig (bijv. naamw.) uitgebreid (bijv. naamw.) grootscheeps (bijv. naamw.) |
| veelstemmig | polyfoon (bijv. naamw.) meerstemmig (bijv. naamw.) |
| veeltalig | meertalig (overig.) |
| veeltijds | veelal (overig.) veel (overig.) vaak (overig.) menigmaal (overig.) gedurig (overig.) dikwijls (overig.) |
| veelverbreid | wijdverbreid (overig.) |
| veelvoorkomend | algemeen (bijv. naamw.) gangbaar (bijv. naamw.) |
| veelvormig | multipel (bijv. naamw.) polymorf (bijv. naamw.) pluriform (bijv. naamw.) |
| veelvoudig | menige (bijv. naamw.) multipel (bijv. naamw.) verscheidene (bijv. naamw.) velerlei (bijv. naamw.) menigerlei (bijv. naamw.) |
| veelvraat | gulzigaard (zelfst. naamw.) vreetzak (zelfst. naamw.) slokop (zelfst. naamw.) schrokop (zelfst. naamw.) |
| veelvuldig | talrijk (Bijvoeglijk naamwoord) frequent (Bijvoeglijk naamwoord) dikwijls (bijv. naamw.) herhaaldelijk (bijv. naamw.) telkens (bijv. naamw.) meermaals (bijv. naamw.) vaak (bijv. naamw.) regelmatig (bijv. naamw.) menigmaal (bijv. naamw.) |
| veelvuldigheid | vevoorkomen (zelfst. naamw.) menigvuldigheid (zelfst. naamw.) |
| veelwijverij | polygamie (zelfst. naamw.) |