Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Nederlands) (Zie ook Duits - Engels - Frans - Spaans, of bekijk de Antoniemen)



Synoniemen met een `V`

Pagina 6 van 87 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
vastklampen
vastklemmen (werkwoord)
vastklampen aan
zich vastklemmen (Werkwoord)
vastklemmen
hebben (werkwoord)
knellen (werkwoord)
schroeven (werkwoord)
vasthouden (werkwoord)
vastknellen (werkwoord)
vastklampen (werkwoord)
vastkleven
vastplakken (werkwoord)
vastlijmen (werkwoord)
lijmen (werkwoord)
plakken (werkwoord)
kleven (werkwoord)
vastklinken
klinken (werkwoord)
vastkluisteren
vastleggen (werkwoord)
vastketenen (werkwoord)
vastknellen
vastklemmen (overig.)
vasthouden (overig.)
knellen (overig.)
vastknopen
aanknopen (werkwoord)
binden (werkwoord)
knopen (werkwoord)
sjorren (werkwoord)
strikken (werkwoord)
vastkoppelen
aankoppelen (werkwoord)
aanhangen (werkwoord)
vasthaken (werkwoord)
aanhaken (werkwoord)
vastleggen
afspreken (werkwoord)
contracteren (werkwoord)
opnemen (werkwoord)
opschrijven (werkwoord)
vastbinden (werkwoord)
vastkluisteren (werkwoord)
vastmaken (werkwoord)
vastmeren (werkwoord)
verankeren (werkwoord)
werven (werkwoord)
registreren (werkwoord)
boeken (werkwoord)
aanwerven (werkwoord)
aantekenen (werkwoord)
aanbrengen (werkwoord)
meren (werkwoord)
afmeren (werkwoord)
aanmeren (werkwoord)
aanleggen (werkwoord)
optekenen (werkwoord)
noteren (werkwoord)
reserveren (werkwoord)
bespreken (werkwoord)
verzekeren (werkwoord)
verbinden (werkwoord)
vastzetten (werkwoord)
bevestigen (werkwoord)
vastketenen (werkwoord)
vastlegging
registratie (zelfst. naamw.)
vastlijmen
hechten (werkwoord)
lijmen (werkwoord)
opplakken (werkwoord)
vasthechten (werkwoord)
vastplakken (werkwoord)
aanlijmen (werkwoord)
vastkleven (werkwoord)
plakken (werkwoord)
kleven (werkwoord)
klitten (werkwoord)
aaneenplakken (werkwoord)
vastlopen
doodlopen (werkwoord)
stokken (werkwoord)
stranden (werkwoord)
stremming (zelfst. naamw.)
stuklopen (zelfst. naamw.)
haperen (werkwoord)
vastmaken
bevestigen (Werkwoord)
knevelen (werkwoord)
vastbinden (werkwoord)
vastleggen (werkwoord)
vastmeren (werkwoord)
vastzetten (werkwoord)
verbinden (werkwoord)
verzekeren (werkwoord)
bevestiging (zelfst. naamw.)
meren (werkwoord)
afmeren (werkwoord)
aanmeren (werkwoord)
aanleggen (werkwoord)
vaststellen (werkwoord)
tuigeren (werkwoord)
fixeren (werkwoord)
bepalen (werkwoord)
strikken (werkwoord)
knopen (werkwoord)
binden (werkwoord)
vastmeren
aanleggen (werkwoord)
aanmeren (werkwoord)
afmeren (werkwoord)
meren (werkwoord)
vastbinden (werkwoord)
vastleggen (werkwoord)
vastmaken (werkwoord)
vastnaaien
hechten (werkwoord)
vastnagelen
vastspijkeren (werkwoord)
vastslaan (werkwoord)
timmeren (werkwoord)
spijkeren (werkwoord)
klinken (werkwoord)
vastnemen
pakken (werkwoord)
vatten (werkwoord)
vastpakken (werkwoord)
vastgrijpen (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
beetpakken (werkwoord)
beetnemen (werkwoord)
beetgrijpen (werkwoord)
aanpakken (werkwoord)
vastnieten
aanhechten (werkwoord)
nieten (werkwoord)
vastpakken
aanpakken (werkwoord)
aanvatten (werkwoord)
beetgrijpen (werkwoord)
beethebben (werkwoord)
beetnemen (werkwoord)
beetpakken (werkwoord)
grijpen (werkwoord)
vastgrijpen (werkwoord)
vatten (werkwoord)
greep (zelfst. naamw.)
vastnemen (werkwoord)
vastklampen (werkwoord)
aanklampen (werkwoord)
vastpinnen
ophangen (werkwoord)
pennen (werkwoord)
vastprikken (werkwoord)
vastspelden (werkwoord)
vastplakken
aaneenplakken (werkwoord)
dichtplakken (werkwoord)
vastlijmen (werkwoord)
vasthechten (werkwoord)
opplakken (werkwoord)
lijmen (werkwoord)
hechten (werkwoord)
vastkleven (werkwoord)
plakken (werkwoord)
klitten (werkwoord)
kleven (werkwoord)
aanplakken (werkwoord)

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende


© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English